Hoofdstuk 6 Ether vibraties

 

De kwantumfysica, die alweer zo’n honderd jaar bestaat, is nog steeds de toonaangevende fysica. Ondanks het feit dat de kwantumfysica de aanwezigheid van het nulpuntsveld aantoonde met al zijn subatomaire deeltjes en fotonen die spontaan ontstaan uit het niets om vervolgens nanoseconden later weer in de vergetelheid te geraken, is er nog steeds geen redelijke verklaring over het hoe en waarom deze deeltjes en fotonen zomaar kunnen ontstaan en verdwijnen.

Daar komt bij dat de kwantumwaarschijnlijkheidsgolf nog steeds moeilijk te doorgronden en te visualiseren is. De kwantumfysica mag dan bewezen hebben een mathematisch correcte wetenschap te zijn; voor de leek is de golf-deeltje dualiteit van de kwantumfysica nog steeds moeilijk te begrijpen. Hoe moeten we ons deeltjes voorstellen die zowel golven als kleine harde knikkers zijn?

Ook het atoommodel van Niels Bohr,waarbij elektronen rondjes draaien in welgedefinieerde banen rond de kern,is moeilijk te begrijpen. Omdat elektronen voortdurend energie uitzenden zouden ze moeten terug vallen naar de kern, maar dat doen ze niet! De vraag is waar deze uitgezonden energie eigenlijk vandaan komt en hoe ze weer wordt aangevuld? De kwantummechanica heeft de kwantumtoestanden van de elektronen (gegeven baan binnen het atoom) als een vaststaand feit geaccepteerd, maar ze kan geen bevredigend antwoord geven op de vraag waarom elektronen alleen kunnen voorkomen in discrete banen van het atoom en waarom ze uiteindelijk niet terugvallen naar de kern.

Zelfs driehonderd jaar na de ontdekking door Newton van de zwaartekracht , heeft de wetenschap hiervoor nog steeds geen theoretische verklaring.

Dit is dan ook precies de reden waarom de wetenschap streeft naar nieuwe theorieën die de anomalieën van de kwantumfysica beter kunnen verklaren. De beste poging van de fysica daartoe is totnogtoe de snaartheorie. Een kleine groep wetenschappers heeft nu echter een radicaal nieuwe visie ontwikkeld en hun denken voert hen terug naar inzichten uit de Oudheid.

Honderden jaren lang hebben briljante fysici en filosofen geprobeerd om onze wereld voor te stellen in de mathematische modellen van de deeltjesfysica die stelt dat onze fysieke wereld gemaakt is uit materie waarvan het kleinste deeltje het atoom wordt genoemd. Atoom is een oud Grieks woord en betekent ondeelbaar; het wordt verondersteld het kleinste deeltje van de materie te zijn dat niet meer gedeeld kan worden. De kwantumfysica constateerde echter dat deeltjes zich in sommige gevallen gedroegen als golven en introduceerde later de golf-materie dualiteit.

Sommige kwantumfysici hebben in het verleden al eens gesuggereerd dat kwantumgolven wel eens echte golven zouden kunnen zijn die in het fysieke domein bestaan. Ze geloofden niet in de deeltje-golf dualiteit. In 1937 schreef Erwin Schrödinger hierover ‘wat we observeren als materiële lichamen en krachten zijn niets meer dan de vormen en variaties in de structuur van de ruimte zelf’.

Zelfs Einstein verwierp het idee van discrete deeltjes uiteindelijk en geloofde dat deeltjes in feite onderdeel waren van een continu veld.

Een groeiend aantal postkwantumfysici ontdekken wat Einstein en Schrödinger al vermoedden; de fysica zou wel eens al die tijd op het verkeerde spoor gezeten kunnen hebben, misleid door de idee dat de materiële wereld bestaat uit gescheiden harde deeltjes! Zij suggereren nu dat we wel eens zouden kunnen leven in een op golven gebaseerd universum. Materie is eenvoudigweg het brandpunt van een vibratie in een zee van energie genaamd de ether.

De ether

In de Griekse oudheid geloofden Griekse wetenschappers en filosofen dat de natuur vier elementen telde: aarde, water, vuur en lucht. De atomen, zo geloofde men, waren de bouwblokken van deze vier elementen van het universum. Aristoteles voegde er een vijfde element aan toe, de ether en hij postuleerde dat de planeten en de sterren gemaakt waren van deze ether. De Griekse filosoof Plato beschreef in 350 v.Chr. in zijn boek Timaeus al deze vijf elementen en voegde eraan toe dat materie gevormd wordt uit de vijf Platonische lichamen. Hij stelde de tetraëder gelijk aan het element vuur, de kubus met aarde, de icosaëder met water, de octaëder met lucht en de dodecaëder met ether, de stof van de planeten en de sterren. We weten nu uiteraard dat er meer elementen voorkomen in de natuur dan die welke bekend waren in de Griekse oudheid. Het is echter een bekend feit dat de Platonische lichamen een rol spelen in de scheikunde in de interne organisatiestructuur van moleculen van veel materialen. Zo treffen we de Platonische lichamen bijvoorbeeld aan in de organisatie van de moleculen van natuurlijke kristallen.

In dit hoofdstuk zullen we een nieuwe theorie van de materie presenteren die overeenstemt met Plato’s stelling dat de atomen geconstrueerd zijn uit Platonische lichamen. Sommige wetenschappers menen nu dat de ether een subtiele energievorm is die als een soort vloeistof door alle materiële dingen heen stroomt en daarbij de materiële wereld uit zichzelf schept. De Platonische lichamen, zo wordt aangenomen, zijn inderdaad de geometrische interne structuren van het atoom. Vandaar dat voor deze nieuwe ethertheorie de Heilige Geometrie zo belangrijk is.

In de 19e eeuw werd de lichtende ether door de wetenschap algemeen geaccepteerd! Naar werd aangenomen, was dit het medium waarin de elektromagnetische golf zich voortplantte. In die tijd geloofden fysici dat materie en ether geen separate dingen waren. De ether diende als medium voor stralende energieën zoals licht en was tevens het medium waardoor krachtvelden tussen materiële objecten zich verplaatsten zoals de zwaartekracht. James Clerk Maxwell, de oprichter van de elektrodynamica, en zijn tijdgenoten hadden er geen enkele twijfel over dat de ether bestond. In 1887 voerden Albert Michaelson en Edward Morley echter een experiment uit om het bestaan van de ether te bewijzen. In die tijd werd gedacht dat licht een compressiegolf was die zich als een longitudinale golf voortplantte door de bewegingsloze en stationaire ether, net zoals geluidsgolven door de lucht. Omdat de aarde ronddraait, heeft de aarde een relatieve snelheid t.o.v. deze stilstaande ether. Men redeneerde dat wanneer de lichtsnelheid gemeten zou worden op het oppervlak van de aarde, deze verschillende resultaten zou moeten geven wanneer met de wijzers van de klok mee of er tegen in gemeten zou worden t.o.v. de draaiing van de aarde rond haar as. Het Michelson Morley experiment toonde echter aan dat de lichtsnelheid dezelfde constante waarde had, ongeacht in welke richting de lichtsnelheid gemeten werd. Door dit “mislukte” experiment werd vervolgens aangenomen dat de ether dus niet bestond. De fysica heeft sindsdien de ethertheorie terzijde geschoven. Vandaag de dag echter geloven wetenschappers dat de resultaten van het Michaelson-Morley experiment destijds verkeerd geïnterpreteerd zijn.

En na honderd jaar is de ether dus weer terug in de fysica. In de nieuwe opkomende fysica worden de Newtoniaanse deeltjes en kwantummechanische deeltje-golf dualiteit voorgoed uitgebannen. In de nieuwe etherfysica bestaan  uitsluitend nog golven!

De ether is het medium van de elektromagnetische golven en er wordt aangenomen dat de ether een immaterieel vloeistofachtig medium is, een subtiele energetische substantie die het gehele universum doordrenkt. Het is een bekend feit dat golven een medium nodig hebben om te kunnen golven; zonder medium geldt dan ook, sorry maar helaas geen golven. Geluid heeft hiervoor lucht nodig. Bij watergolven is het het water dat golft. Maar om de een of andere onbegrijpelijke reden sinds het Michaelson-Morley experiment zogenaamd bewezen had dat de ether niet bestond, accepteerden fysici het feit dat elektromagnetische golven zich door de lege ruimte kunnen voortplanten, dus zonder enig medium. Hoe absurd, als er geen medium is, wat golft er dan? Hoe moet licht zich nu voortplanten als een golfverschijnsel als er niets in om in zich in voort te planten? De fysica accepteerde dat licht door het absolute niets kon reizen enkel en alleen omwille van het feit dat het Michaelson-Morley experiment gefaald had het bestaan van de ether aan te tonen.

Een verbazingwekende aanname van de nieuw leven ingeblazen etherfysica is dat er geen dualisme en geen onderscheid bestaat tussen een materieel en een immaterieel verschijnsel; het is allemaal energie omdat alles wat bestaat energie is! Materie is dus geen fundamentele eigenschap van het universum; het is slechts de vorm van de substantie die de materie vormt. Nu kunnen we eindelijk de beroemde formule van Einstein E=m * c² een stapje verder voeren en werkelijk gaan inzien wat deze formule eigenlijk inhoudt!

Het is niet zo dat energie en materie uitgewisseld kunnen worden; welnee, materie=energie, punt uit!

In zekere zin is materie dus een illusie van massiefheid en afgescheidenheid. De Oosterse spiritualiteit heeft altijd beweerd dat onze wereld Maya is, illusoir. Hiermee bedoelde ze dat afgescheidenheid niet bestaat; op het fundamentele niveau van het bestaan bestaat alleen maar eenheid, de eenheid van Brahmaan. Zo zouden we dus wel eens de Oosterse wijsheid bevestigd kunnen gaan zien in de moderne wetenschap!

Dit is hoe de etherwetenschap het beste omschreven kan worden:

Ons universum is multi-dimensionaal en gemaakt uit slechts één substantie! Deze substantie wordt de ether genoemd en is een vibrerende vloeistofachtige energie die het fysieke vacuüm doordrenkt. Materie zoals we dat kennen wordt op ieder moment opnieuw gecreëerd als een staande golf, een vortex in het fysieke vacuüm. Het is het gecondenseerde centrum van deze vortex die de illusie van een separaat deeltje creëert. Alle materie in het universum is onderling verbonden omdat de deeltjesvelden reiken tot in de uithoeken van het universum. 

Golfstructuur van de materie

Een voorloper van de etherfysica is de theorie van de golfstructuur van materie van Milo Wolff. In 1986 formuleerde Wolff een theorie die hij de ‘Standing Wave Structure of Matter’ noemde en afgekort wordt tot WSM.

Onafhankelijk van Wolff kwam ook Geoff Haselhurst met een staande golf theorie van materie en de twee hebben elkaar gevonden en werken sinds 1998 samen.

De WSM-theorie is relatief eenvoudig. Zij stelt dat materie het brandpunt is van een staande golf als gevolg van twee interfererende golven. De ene is een inwaarts bewegende golf die zich naar het centrum toe beweegt en de andere is een buitenwaarts bewegende golf die zich van het centrum af beweegt. Deze golven zijn sferisch of bolvorming en bestaan in de ‘stof’ van de ruimte. Het centrum van deze twee bolvormige golven is het centrum van het ‘puntdeeltje’. Hoe eenvoudig het axioma van de theorie ook mag zijn, de eigenschappen die de staande golven kunnen aannemen zijn immens.

Waar alle fysische wetten in zowel de Newtoniaanse alsmede de kwantumfysica proefondervindelijk zijn vastgesteld, beweert Milo Wolff nu een theorie te hebben die het a priori middels theoretische beginselen mogelijk maakt om de wetten van de relativiteitstheorie en de kwantumfysica te bepalen.
 
Indien hij gelijk heeft, kunnen de oorzaak van de fysische wetten en de eigenschappen van lading, massa en gravitatie voor het eerst begrepen worden. De fysica is nooit in staat gebleken om deze te verklaren. Zo weten we nog steeds niet wat gravitatie nu eigenlijk precies is - ook al kennen we de gravitatiewet sinds Newton, we weten nog steeds niet wat zwaartekracht veroorzaakt!

Snaartheorie probeert hetzelfde te bereiken als de WSM-theorie, namelijk de integratie van de kwantumfysica en Einstein’s relativiteitstheorie. In de mainstream fysica is de snaartheorie de beste poging om een theorie voor alles te ontwikkelen.

Het golvende karakter van materie is al 130 jaar eerder door William Clifford  voorgesteld. Hij beweerde dat ‘alle materie trillingen waren in de stof waaruit de ruimte bestaat’. Helaas namen zijn collega’s zijn werk niet serieus.

In de WSM-theorie is materie het interferentiepatroon van de in- en uitgaande golven. De ingaande golven van een bepaald deeltje zijn de uitgaande golven van een ander deeltje. Op deze manier wordt alle materie in het universum in stand gehouden en is dus wederzijds afhankelijk. De in- en uitgaande golven verbinden alle materie in het universum met elkaar.

(1)

 

Subkwantum kinetica

Paul La Violette heeft een algemene systeemtheorie ontwikkeld die hij “subkwan-tumkinetica” noemt. Hij is van mening dat de fysica het in veel opzichten bij het verkeerde eind heeft, zoals met de big bang-theorie die ons vertelt dat het universum het gevolg is van één grote kosmische explosie. Volgens de big bang-theorie is het universum opgeblazen vanuit een singulariteit, een oneindig gecomprimeerd punt in de ruimte, tot een volume van wel enkele honderden miljoenen lichtjaren in diameter in slechts 10־³² seconde!

Deze gebeurtenis vereiste dat alle bekende wetten van de fysica, inclusief de wet van de thermodynamica, Einstein’s relativiteitstheorie (die bepaalt dat niets sneller dan het licht kan gaan) tijdelijk even uitgezet werden voor deze feestelijke gebeurtenis, zodat de geboorte van alle materie en energie kon plaatsvinden vanuit volslagen niets.

Na dit kortstondige moment werden de heilige wetten van de wetenschap weer in ere hersteld en sindsdien staat het universum dan ook niet langer toe dat energie en materie zomaar gecreëerd kunnen worden uit hetzelfde niets waaruit zij zelf ontstaan zijn (eerste wet van de thermodynamica). Bij haar geboorte vertoonde het universum de hoogste graad van organisatie en de fysica schrijft voor dat deze orde langzaam zal oplossen in wederom complete chaos (tweede wet van de thermodynamica). Wetenschappers noemen dit de toename van de entropie.

Paul La Violette spreekt deze wetten niet tegen, integendeel, hij gelooft eenvoudigweg niet dat deze wetten uitgezet zijn tijdens die eerste fractie van een seconde van de big bang. In zijn boek ‘Genesis of the Cosmos’ noemt hij nog veel meer problemen die de big bang-theorie kent zoals de verklaring voor de roodverschuiving van sterren die kosmologen gebruiken als bewijs dat ons universum sinds de oerknal uitdijt. Men neemt aan dat de roodverschuiving van de sterren wordt veroorzaakt door het Doppler-effect doordat de sterren zich van ons weg bewegen gezien vanuit ons referentiepunt. Kosmologen hebben nooit de alternatieve verklaring van het ‘vermoeide licht’ serieus genomen voor deze roodverschuivingen. Die stelt dat licht dat miljarden lichtjaren onderweg is wel eens geabsorbeerd zou kunnen worden door intergalactisch materiaal, waardoor er energie verloren gaat en een toename van de golflengte optreedt.
 
La Violette gelooft dat de kosmologie uit de Oudheid, die geen last heeft van het singulariteitsprobleem van de big bang, een beter alternatief vormt. Volgens de kosmologie uit de Oudheid evolueert het universum over miljarden jaren als gevolg van een continu proces van de creatie van materie en energie vanuit de ether, de zogenaamde vierde dimensie. “Dit creatieproces is nooit geëindigd en duurt nog altijd voort”, aldus La Violette. Om zijn beweringen te onderbouwen legt hij uit dat het universum in beginsel geen gesloten, maar een open systeem is en dus in staat is om energie en materie te ontvangen vanuit een vierde dimensie zonder dat de wetten van de thermodynamica in het geding zijn.

De ether is zogezegd een niet waar te nemen metafysisch domein, een niet in evenwicht verkerend transmuteerbaar medium, dat voortdurend fluctueert. Wanneer deze fluctuaties een kritieke drempel bereiken, kunnen ze een stabiele golfvorm voortbrengen in ons fysiek waarneembare universum. Pas in 1973 vernamen systeemtheoretici voor het eerst over het bestaan van chemische oplossingen die in staat waren om zelforganiserende chemische reacties te creëren die spontaan begonnen te oscilleren. Deze chemische reacties, zoals bijvoorbeeld de Belousov-Zhabotinski reactie, zijn in staat om spontaan periodieke zogeheten reactie-diffusiegolven voort te brengen. De wederkerige chemische reacties die hierbij een rol spelen oscilleren tussen lage en hoge concentraties van een chemische stof die de reactie voedt. Laten we aannemen dat de eerste reactie stof X gebruikt om stof Y te creëren, dan zal de tweede reactie precies de inverse reactie zijn van de eerste en stof Y gebruiken om stof X weer terug te genereren.

Er vindt op die manier een constante diffusie van stoffen plaats van gebieden van hoge naar lage concentraties, waardoor een reactie-diffusiegolf ontstaat. Deze chemische reacties brengen mooie Mandala-achtige golfpatronen voort wanneer deze in een petrischaaltje plaatsvinden.

Laten we de metafoor van het roofdier-prooisysteem gebruiken om te kunnen begrijpen hoe de chemische reacties eigenlijk beginnen te oscilleren. Stelt u zich voor dat we een populatie van konijnen hebben die over voldoende voedsel beschikt in de vorm van sla. Omdat konijnen zich nogal rap voortplanten, zal hun populatie dan ook snel groeien. Echter in onze kleine gesloten habitat bevinden zich ook vossen die zich maar al te graag tegoed doen aan de konijnen en daarmee een ongebreidelde groei van de konijnenpopulatie voorkomt. Omdat de konijnenpopulatie snel groeit, zal hetzelfde ook gelden voor de vossenpopulatie. Omdat we echter te maken hebben met een terugkoppellus in ons systeem, zal er een nieuw evenwicht ontstaan in de habitat; wanneer de vossen teveel konijnen verorberen zullen ze een voedseltekort creëren en daarmee de groei van de vossenpopulatie terugbrengen waardoor nu de konijnen weer de kans krijgen om te overleven. De vos-konijnpopulatie gaat dus oscilleren tussen twee extremen, een minimum en een maximum, een perfect voorbeeld van een oscillerende golf.
 
Met dit voorbeeld legt Paul La Violette uit hoe de ether op gelijke wijze golven zou kan voortbrengen middels twee ethertoestanden, twee verschillende etherons, die continu muteren van de ene toestand naar de andere en vice versa. In normale gevallen verkeert de ether in evenwicht als gevolg van de tweede wet van de thermodynamica. Onder kritische condities kunnen deze ethertransmutaties echter zelforganiserend worden, net zoals de roofdier-prooigolf, en stabiele golfpatronen gaan vormen. Deze golfpatronen worden waarneembaar in ons fysieke universum als elektromagnetische energie, ofwel licht.

Zijn theorie is getest in een simulatiemodel, de zogeheten Brusselator en hij gebruikt daarbij twee X- en Y-ethertoestanden om te bewijzen dat onder kritische omstandigheden, zelforganiserende oscillaties spontaan kunnen ontstaan. De feitelijke etherreacties gebruiken nog enkele tussentoestanden die we voor de eenvoud van het betoog maar weggelaten hebben, de ethertoestanden X en Y zijn de enige die we hier noemen.

Het transmuterende ethermodel van Paul La Violette doet denken aan de transmutaties van de Chinese Yin en Yang-energieën die genoemd worden in de I Ching, het Boek der Veranderingen. De I Ching beschrijft de schepping als het resultaat van cyclische wederzijdse mutaties van Yin en Yan-energieën. De vrouwelijk Yin-energie transformeert in een eeuwig proces van fysieke manifestatie naar de mannelijke Yang-energie en vice versa.
 
Paul La Violette’s subkwantumkinetica beschrijft perfect hoe de ether de golven voortbrengt die wij als licht waarnemen in ons universum. Omdat dit licht een staande golf vormt die eeuwig aangevuld wordt door etherontransmutaties, nemen wij dit uiteindelijk waar als kwantummateriedeeltjes.

Subkwantumkinetica levert aldus een veel beter alternatief voor de noodzakelijke “in en uit-golven” van Milo Wollf’s WSM-theorie. Naarmate we vorderen in ons begrip over hoe materie uit de ether gevormd wordt, zullen we in de volgende paragrafen zien dat de vibraties die gecreëerd worden door de ether georganiseerd dienen te worden in vortexconfiguraties om een atoom te kunnen vormen.

(2)


Vortices in de ether

David Thomson en Jim Bourassa hebben beiden het ‘Quantum EtherDynamics Institute’ opgericht en zijn onafhankelijk en zelfstandig bezig om een op ether gebaseerd model te ontwikkelen dat de kwantummechanica, relativiteitstheorie en snaartheorie integreert. Dit model beschrijft materie als een subatomaire whirlpool, tornado of vortex in the ether. Ze noemen deze vortex de Toroidal (A)ether Unit of TAU (Torusvormige Ether Eenheid). Wanneer deze gecombineerd worden in bolvormige configuraties vormen zij de nucleus en elektronbanen van het atoom. Kwantum Ether Dynamica stelt dat de ether zowel mechanische als elektromagnetische eigenschappen heeft. De mechanische eigenschappen bepalen de massa van de materie, het is de draai-impuls van wervelende ether energie. Massa is dus de inertie die gecreëerd wordt door de ethervortices (draaikolken) en is vergelijkbaar met de inertie die gecreëerd wordt door een draaiende tol.

De eeuwigdurende spin van de ethervortices, die nodig is om de stabiliteit van alle materie in het universum te onderhouden, wordt de mysterieuze Gkracht of Godkracht genoemd. Kwantum Ether Dynamica definieert het als een enorme kracht zonder bekende oorzaak. Ik citeer van hun website:

‘De Gkracht is een enorme kracht die zich niet laat vergelijken met enig andere kracht in het universum. Het is niet wat fysici hopen te vinden (en dit is precies waarom ik denk dat dit model nooit eerder is voorgesteld), maar de Gkracht lijkt de oorspronkelijke kracht te zijn waaruit het gehele universum is ontstaan. Wanneer we het willen vergelijken met de Kracht in Star Wars, dan zouden we er niet ver naast zitten. Wanneer we deze Gkracht zouden kenmerken als God, of de Allerhoogste, de Grote Architect van dit universum, dan zouden we er ook niet ver naast zitten. Wat deze kracht ook mag zijn, het lijkt een levend iets te zijn en de bron te vormen van alle levende en levenloze dingen.’

(3)

 

Cymatica

De Heilige Geometrie speelt een belangrijke rol in de etherfysica die we  presenteren in dit boek. De reden hiervoor ligt redelijk voor de hand. Indien het universum namelijk gevormd is uit slechts één enkele substantie, dan is vorm het middel en de enige manier om de fysieke wereld te voorzien van schijnbaar afzonderlijke verschijningen van individuele materiële dingen, omdat de substantie zelf zich niet van zichzelf kan onderscheiden. Vandaar dat de geometrische vormgeving van de ether de spil vormt in de totstandkoming van de materiële wereld.
 
De relaties tussen vibraties en geometrie wordt mooi beschreven in het werk van de Zwitserse arts en natuurwetenschapper Hans Jenny (1904-1972) in een wetenschap die ‘Cymatica’ heet.

Dr. Hans Jenny’s ‘Cymatica’ onderzoek, vibraties
 van een vloeistof met colloïden die een
 stertetraëder weergeeft.

Wijlen Buckminster Fuller (1895 - 1983) was echter de eerste om te ontdekken dat er een relatie tussen muzikale frequenties (de diatonische toonladder) en geometrische vormen bestaat. Hij gebruikte een ballon ondergedompeld in blauwe inkt en liet deze trillen met de frequenties van een muzikale toonladder (de zeven witte toetsen van de piano). Als gevolg van golfinterferenties ontstonden er zo prachtige tweedimensionale patronen op het oppervlak van de vloeistof.
 
Dr. Hans Jenny’s nam het werk van Buckminster Fuller als uitgangspunt. Hij ging verder door testen uit te voeren met staande golven in vloeistoffen in bolvormige volumes. Tot zijn grote verbazing ontstonden alle Platonische lichamen, genoemd naar de legendarische filosoof Plato, als geometrische interferentiepatronen. Wat we zien in het plaatje hieronder is de stertetraëder die ook voorkomt op de omslag van dit boek. Indien u het plaatje nauwkeurig onderzoekt dan ziet u misschien de twee gelijkbenige driehoeken, ééntje omhoog wijzend, de ander omlaag. Samen vormen zij het symbool dat bekend staat als de joodse Davidster, maar bedenk dat deze driehoeken in de ruimtelijke werkelijkheid tetraëders zijn, driezijdige piramiden.


Davidster

De witte gebogen en rechte lijnen in de foto zijn de plaatsen waar de vibraties elkaar opheffen. Het zijn de knooppunten, de rustplaatsen waarnaar de colloïden die opgelost zijn in de vloeistof hun toevlucht nemen wanneer de vloeistof in trilling wordt gebracht. De geometrische patronen zijn het gevolg van golfinterferentie. Wanneer de uitgaande golven vanuit het centrum van de bol de de door het oppervlak van de bol gereflecteerde golven ontmoeten, vormen zich staande golven.
 
Plato legde in zijn boek Timaeus uit dat de Platonische lichamen de basis zijn waaruit materie geconstrueerd is en dat deze kennis afkomstig was van het legendarische Atlantis.

We hebben nu zelfs het bewijs dat de mensheid van het bestaan van de Platonische lichamen op de hoogte was nog voor Plato. In het Ashmolean Museum in Oxford bewaart men namelijk alle vijf de Platonische lichamen en sommige semi-reguliere vormen die beschreven zijn door Pythagoras. Gebeiteld uit steen, worden deze Platonische lichamen op een leeftijd van tenminste duizend jaar voor Plato geschat. Deze stenen zijn in Brittannië gevonden en zijn afkomstig van het Neolithische volk, een cultuur die volgens onze huidige mening niet het wiskundige inzicht had van deze vormen, maar het feit wil dat ze deze toch hebben uitgebeiteld uit steen!

Welnu, is het niet verrassend dat een trillende vloeistof deze vormen kan creëren en dat deze vormen in 400 v.Chr. al door Plato beschreven zijn?

Het geheim van de Heilige Geometrie is dan ook niet de geometrie zelf maar het feit dat vibraties geometrische patronen kunnen aannemen!

De Heilige Geometrie is door de geschiedenis binnen de vrijmetselarij bewaard omdat men aannam dat het om belangrijke informatie ging die de geheimen van het universum prijsgaven. Hedendaagse wetenschappers vertellen ons dat in feite de gehele schepping het gevolg is van ethervibraties, net  zoals de Oosterse hindoeïstische kosmologie altijd gesproken heeft over de Ohm-klank van Brahmaan als de vibratie die de fysieke wereld schept.

Daniel Winter en David Wilcock interpreteerden deze Cymatica-experimenten en beiden zijn het er over eens dat de Platonische interferentiepatronen ook voorkomen in de ether en dat het deze interferentiepatronen zijn die het atoom vormgeven.

De Egyptenaren noemden materie “bevroren muziek” en als materie inderdaad het resultaat is van muzikale vibraties van de ether zoals de experimenten van de Cymatica doen vermoeden, dan begrijpen we nu ook waarom.

 

Implosiefysica

Daniel Winter presenteert een fysica die hij “implosiefysica” noemt. Hij concludeert dat het gehele universum, de materiële wereld, gecreëerd wordt uit een niet-materiële substantie, de ether. De ether is een soort supergeleidende vloeistof die door alle fysieke objecten heen vloeit. Het ethervacuüm is een extreem dicht maar tevens wrijvingsloos medium. Het beste laat de ether, die zelf niet materieel van aard is, zich vergelijken met de supergeleidende toestand van helium. Wanneer helium afgekoeld wordt tot een temperatuur van 2 graden Kelvin wordt het gas supervloeibaar, wat wil zeggen dat objecten zich door deze vloeistof heen kunnen bewegen zonder enige weerstand te ondervinden.

Daniel Winter meent nu dat vortices, kleine tornado’s in de vloeistofachtige ether, de basale bouwblokken vormen van de materie. Omdat de ether een soort vloeistof is, volgt hieruit dat de bekende fysische wetten van de hydrodynamica er op van toepassing zijn.

Het is interessant te weten dat in 1895 twee helderzienden onder de namen Charles Leadbeater en Annie Besant een artikel in een tijdschrift getiteld ‘Occulte Chemie’ publiceerden waarin de interne structuur van waterstof, zuurstof en stikstof uitgelegd werd. Gebruikmakend van hun helderziendheid als het enige instrument van hun onderzoek, openbaarden zij de interne structuur van bovengenoemde elementen. Deze helderzienden hadden geen enkele wetenschappelijke achtergrond, terwijl ze de volgende torusvormen tekenden en verklaarden dat dit de basale bouwblokken zijn van het atoom:

De Anu

Ze noemden deze torusachtigechtige stromingen de ‘Anu’ en vermeldden dat het atoom gevormd wordt uit de ether gebruikmakend van deze Anu als een stromingsvorm van de ether.
(4)

Daniel Winter ondersteunt nu de idee van deze twee helderzienden en gebruikt de torusvorm uit deze observaties tezamen met de Platonische lichamen om het atoom samen te stellen.

Volgens Daniel Winter creëert de ether vortices, kleine tornado’s van een wervelende spiraliserende energie in de oceaan van ether, ons universum. De vortices in de ether zijn als de kleine draaikolken in een rivier. De draaikolk is de natuurlijke stromingsvorm van een vloeistof. Dezelfde draaikolk ontstaat iedere keer wanneer we de plug uit ons bad trekken!

Wanneer twee van deze ethervortices hun slurven samenvoegen, vormen ze een torus:

 

Enkelvoudige ether draaikolk
(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

 

Double vortex = Torus
(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

De torus is een unieke stromingsvorm in de hydrodynamica, het staat vloeistoffen toe om binnenwaarts en buitenwaarts te spiraliseren op hetzelfde oppervlak van de torus. Het is een zeer stabiele stromingsvorm.

Wanneer het universum in essentie gecreëerd wordt uit één universele substantie, de ether, dan moet het wel de vorm zijn die gebruikt wordt om verschillende en gescheiden dingen te creëren uit deze éne universele substantie. De torus is in de natuur een perfecte stromingsvorm om blijvende, schijnbaar gescheiden entiteiten te creëren in een vormloze ether. 

De torusstroming is vergelijkbaar met de rookkringen van een sigaar. De rook van een sigaar dwarrelt inwaarts boven aan de rookkring en komt er aan de onderkant van de ring weer uit. Zij buigt zich constant inwaarts om aan de andere kant weer te voorschijn te komen nu buitenwaarts stromend. De torus is vaak vergeleken met de vorm van een donut of een appel. Het is een bolvormige vorm die bij de polen naar binnen is gevouwen om een klein gat in het midden te vormen.

De individuele ethertorusvormen kunnen op elkaar gestapeld worden, ofwel genest worden. Het nesten van torusdonuts vereist dat de slurven van de vortices van de torus uitgelijnd worden met de Platonische lichamen.

De vlakke bodem van de draaikolkslurf dient het vlak van het Platonisch lichaam te raken. Als voorbeeld laten we een kubus zien die 3 draaikolkparen van 3 torus- donuts bevat die loodrecht t.o.v. elkaar uitgelijnd zijn in een kubus.

        Kubus (3 donuts)              

(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

Welnu, we herinneren ons misschien van de Kubus van Metatron dat de Platonische lichamen zelf ook genest kunnen worden, ze passen allemaal in elkaar. Laten we de kubus als voorbeeld nemen. Wanneer we lijnen trekken om alle middelpunten van de 6 vlakken van de kubus te verbinden, dan vormen deze op hun beurt weer een octaëder. De octaëder wordt volledig omschreven door de initiële kubus. Hetzelfde proces kan nu herhaald worden met de octaëder door de middelpunten van de vlakken van de octaëder onderling te verbinden. Het resultaat is een kubus die nu geheel omschreven wordt door de octaëder. Dit proces kan voor eeuwig doorgaan, steeds kleinere Platonische lichamen creërend die perfect genest in elkaar passen, het creëert een fractal, een repeterend geometrisch patroon. 

 

Geneste Platonische vormen
(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

Het nesten van de Platonische lichamen blijft niet beperkt tot de kubus en de octaëder. Alle Platonische lichamen kunnen in elkaar genest worden. Het is het nesten van de Platonische lichamen dat uiteindelijk de elektronenschillen schept in het atoom. Op dezelfde manier, maar op kleinere schaal, komt de kern van het atoom tot stand.

De elektronen in de elektronenschil corresponderen met de vortices die genest zijn in Platonische lichamen. Volgens Daniel Winter heeft de fysica het bij het verkeerde eind gehad door deze draaikolkgolfvormen aan te zien voor elektronendeeltjes. Binnen het atoom draaien de elektronen in een baan met een vaste afstand van de kern. De bol die het omwentelingsvlak van de elektronen beschrijft, wordt de elektronenschil genoemd. Er zijn verschillende soorten schillen die tezamen het atoom vormen en die de namen s-, p-, d- en f-schil gekregen hebben en die respectievelijk maximaal 2, 6, 10 en 14 elektronen kunnen bevatten.

Elk draaikolkpaar in de donut correspondeert met 2 elektronen en wanneer we de donut organiseren binnen een Platonische of Archimedisch lichaam krijgen we het equivalent van een elektronenschil. Hier volgt de correspondentie:

1 draaikolkpaar (1 torus) correspondeert met de 2 elektronen in de s-schil.
3 geneste draaikolkparen in de kubus corresponderen met de 6 elektronen van de p-schil.
5 geneste draaikolkparen in de decahedron corresponderen met de 10 elektronen van de d-schil. * zie notitie
7 geneste draaikolkparen van de kuboctaëder corresponderen met de 14 elektronen van de f-schil. * zie notitie

*   In eerdere versies van dit boek werd vermeld dat de d-schil met 10 elektronen overeen kwam met de dodecaëder en de f-schil met zijn 14 elektronen met de icosaëder. Deze informatie is onjuist gebleken, daar de dodecaëder 12 vlakken kent en geen 10, en de icosaëder 20 vlakken heeft i.p.v 14. De decahedron en kuboctaëder zijn halfregelmatige veelvlakken en daarom geen Platonische, maar Archimedische lichamen. Een kuboctaëder kan verkregen worden uit een kubus, door de middelpunten van de zijden van de kubus onderling te verbinden. De ribben die zo ontstaan zijn de ribben van de kuboctaëder. De vlakken van de kuboctaëder bestaan uit driehoeken en rechthoeken wat het veelvlak onregelmatig maakt.

 

Cuboctahedron.jpg (818×804)

De kuboctaëder (Archimedisch lichaam) van de f-schil.

Materie is dus een stabiele stromingsvorm die opduikt uit de ether. Het neemt geometrische vormen aan uit deze vormloze energie, waarbij het de illusie schept van gescheiden elektronen en kerndeeltjes die zouden voorkomen in het atoom.

De mainstream fysica is nooit in staat geweest om uit te leggen waarom het atoom deze willekeurige getallen van 2, 6, 10 en 14 elektronen telt in zijn elektronenwolken, de orbitale banen rond de kern. Daniel Winter’s atoommodel toont nu feilloos aan waarom deze getallen opduiken in de periodieke tabel van de elementen. Deze getallen zijn namelijk gerelateerd aan de geometrische eigenschappen van de Platonische lichamen! Voor het eerst begrijpen we ook waarom het elektron niet naar de kern terugvalt en waarom haar uitgestraalde energie steeds wordt aangevuld.

Elektronen zijn dus geen deeltjes die rondjes draaien om de kern, maar daarentegen staande golfpatronen volgen op discrete afstanden van de kern! De ether houdt deze staande golven simpelweg eeuwig in stand.

Een andere manier om de torusvorm te bekijken is om deze te beschouwen als een vorm die perfect kan worden beschreven door een verzameling van Phi- spiralen.

Geneste Phi spiralen op donut oppervlak      

Elke Phi-spiraal is eigenlijk een serie pure sinusgolven. Het is een bekend principe in de natuurkunde dat elke complexe golfvorm gecreëerd kan worden uit de sommatie van eenvoudigere pure sinusgolven van verschillende frequenties en amplitudes. Dit principe wordt het Fourier-principe genoemd. De Phi-spiraal wordt aldus samengesteld uit een serie van harmonischen met golflengten die voldoen aan de Gulden snedeversie van de Fibonacci-reeks:

Wanneer pure sinusgolven met golflengten van 1/ Ф,  1,  Ф,  Ф ²,  Ф ³  etc. bij elkaar gevoegd worden, dan vormen zij de perfecte Phi-spiraal:

Gulden Snede golven
(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

Wanneer deze Phi-spiralen om de torus rondcirkelen en elkaar ontmoeten, dan interfereren zij met elkaar. Het gevolg van deze interferentie is dat er zich twee nieuwe golven vormen. Het is nu belangrijk te weten dat beide nieuwe golven een golflengte zullen hebben die wederom in de Fibonacci-reeks passen. Dit maakt het mogelijk dat de interferentie non-destructief zal zijn omdat de interferentie eenvoudigweg resulteert in meer harmonischen in de Fibonacci-reeks.

Terwijl destructieve interferentie de norm is in golfinterferenties, is de enige uitzondering op deze regel in de natuur wanneer golven interfereren met de Gulden snede-ratio in golflengte. Met andere woorden: de Phi-spiraal kan in zichzelf opgaan rond de torusvorm zonder zichzelf te vernietigen. Daarmee is de Phi-spiraal de enige mogelijkheid in het universum om te nesten en zelforganiserend te worden. Dit is de manier waarop stabiele materie gevormd kan worden uit elektromagnetische energie als een verschijnsel van pure golfinterferentie.

Elektromagnetische energie in een rechte lijn noemen we gewoonlijk licht. Wanneer datzelfde licht haar eigen staart najaagt over het oppervlak van een torusvorm, noemen we het materie. Met andere woorden: het atoom is pure elektromagnetische energie in een vorm die we niet langer waarnemen als licht maar als materie. Of om het in Daniel Winter’s eigen woorden te zeggen:

Dus nu hebben we dit dualisme dat golven in een rechte lijn energie zijn en golven in een cirkel materie heten. En omdat we niet weten hoe de golf in de cirkel terechtgekomen is vanuit de lijn en er weer uit komt, stellen we ons massa verschillend van energie voor. E=MC^2 zegt eenvoudig dat, ja; voer de snelheid van het licht terug naar zichzelf en je hebt materie uit energie gemaakt’

De Gulden snede-spiralen van de torusvorm spiralen uiteindelijk naar een perfect nulpunt in de kern van de draaikolk die overeenkomt met de kern van het atoom. Dus deze sinusgolven imploderen met toenemende kortere golflengten. De implosie van de Gulden sinusgolven in steeds kleiner wordende golflengten verhoogt niet alleen de frequentie van de golven, maar verhoogt ook de snelheid van de golven om uiteindelijk sneller dan het licht te gaan. Volgens Daniel Winter is dit precies wat gravitatie in werkelijkheid is: de waterval van elektromagne-tische Gulden snede sinusgolven die steeds meer in snelheid winnen om uiteindelijk supraluminaal te worden (sneller dan het licht). Einstein heeft altijd verondersteld dat elektromagnetisme en gravitatie gerelateerd waren en Daniel Winter legt ons nu uit hoe deze relatie precies zit.

.

(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

Wanneer de donuts genest worden om de elektronenschillen van het atoom te vormen, is het enige wat nodig is om deze vorm van non-destructieve interferentie te vormen, dat de donuts uitgelijnd worden volgens de geometrie van de Platonische lichamen.

Wanneer de geneste donuts in het atoom gerangschikt worden volgens de symmetrie van de Platonische lichamen, haasten zich alle golven naar het centrum van het atoom, waardoor repetitieve, recursieve en fractalpatronen ontstaan die niet alleen de elektronenschillen vormen maar ook de kern van het atoom zelf. Uiteindelijk verdwijnen de fractalpatronen in het nulpunt van de kern van het atoom. De implosie van de elektromagnetische golven in steeds kortere golflengten is wat gravitatie eigenlijk is. De torus is min of meer een miniatuur zwart gat dat het licht naar zich toe trekt en zo gravitatie creëert.

De harmonische golfcycli die de Gulden Snederatio volgen, de Phi-cycli, zouden wel eens de oorsprong van het woord fysica (phi cycli, Eng: phi cycles)  kunnen zijn. Fysica zou dan de studie van de phi-cycli zijn.

(5)


Dr. Moons atoommodel

Een alternatief model voor het atoommodel volledig gebaseerd op Platonische lichamen (regelmatige veelvlakken), is afkomstig van professor Dr. Robert J. Moon van de universiteit van Chicago. In dit model worden de protonen van de kern van het atoom volledig gesitueerd op de hoekpunten van de Platonische lichamen waaruit de kern is opgebouwd. De Platonische lichamen die Dr. Moon onderkent zijn steeds dubbelparen, zoals de kubus en de octaëder, icosaëder en de dodecaëder. Dr. Moons model van het atoom is geïnspireerd op het model dat Kepler maakte van ons zonnestelsel m.b.v. Platonische lichamen.

.
Kepler’s Platonische voorstelling van ons zonnestelsel.

Bij de opbouw van het atoom, worden enkel de kubus, octaëder, icosaëder en de dodecaëder gebruikt, te beginnen met de kubus voor het eerste element waterstof. Waterstof (H 1) heeft maar 1 proton en 1 elektron, en dit ene proton neemt de plaats in op 1 hoekpunt van de kubus. Het volgende element uit de periodieke tabel der elementen is helium met atoomnummer 2 en heeft dus twee protonen. De structuur van het atoom voor helium (He 2) is dat deze een kubus gebruikt waarbij twee hoekpunten van de kubus bezet zijn. Pas bij zuurstof (O 8) met atoomnummer 8 is de kubus volledig bezet met op ieder hoekpunt een proton. Het volgende Platonische lichaam dat zich nest binnen de kubus in de atoomkern is de octaëder. De hoekpunten van de octaëder raken hier het centrum van de vlakken van de kubus. De octaëder heeft 6 hoekpunten en genest in de kubus met 8 hoekpunten is het eerst volgende element dat zowel kubus als octaëder bezet heeft met protonen, het element met atoomnummer 14 (6 + 8) te weten silicium (Si 14).

Het eerst volgende Platonische lichaam dat zich nest in de kern in de twee voorgaande Platonische lichamen is de icosaëder met 12 hoekpunten. Het element dat de icosaëder volmaakt met 12 protonen heeft atoomnummer 14 + 12 = 26. Dit is ijzer (Fe 26). Hierna volgt de dodecaëder met 20 hoekpunten. Het element dat deze Platonische figuur volmaakt heeft dus 20 + 26 = 46 protonen, ofwel atoomnummer 46. Dit is het element Palladium (Pd 46). Hierna volgt een tweede nesting van de Platonische lichamen die tegen de eerst aan plakt. Deze structuur herhaalt zich dus, maar is dit maal niet genest.

.

Periodieke tabel der elementen

Het bijzondere nu van Moon’s model is dat de Platonische lichamen exact overeenkomen met de periodiciteit van de elementen. De Duitse wetenschapper Lothar Meyer en de Russische wetenschapper Dmitri Mendelejev gebruikte namelijk de periodiciteit in atoomvolume uitgezet tegenover het atoomnummer om de periodieke tabel der elementen samen te stellen. De atoomnummers die de groepen (horizontale rijen in de periodieke tabel) vormen zijn de atoomnummers 3, 11, 19, 37, 55 en 87. Dit zijn de atoomnummers met het grootste atoomvolume uitgedrukt als een coëfficiënt van atoomgewicht / dichtheid van het atoom. De atoomnummers met het minimale volume komen overeen met de atoomnummers 8, 14, 26, 46. De eigenschappen van elementen zoals samendrukbaarheid en smeltpunt volgt dezelfde periodiciteit van deze laatste atoomnummers.

 

.

Periodiciteit van de elementen (verticaal volume / horizontaal atoomnummer)

Moon’s atoommodel kan deze periodiciteit in de tabel der elementen m.b.t. het minimale volume van het atoom verklaren uit het feit dat dit de atoomnummers van de elementen zijn die overeenkomen met het ‘vollopen’ van de kubus (8 protonen op 8 hoekpunten), kubus + octaëder (14 protonen, op in totaal 14 hoekpunten), kubus + octaëder + icosaëder (26 protonen op in totaal 26 hoekpunten) en kubus + octaëder + icosaëder + dodecaëder (46 protonen op in totaal 46 hoekpunten).

De atoomnummers waarbij het atoom een maximaal volume bereikt, atoomnummers 3, 11, 19, 37, 55 en 87 zijn daarentegen te verklaren uit het feit dat deze corresponderen met het ‘vollopen’ van zowel de protonen als de neutronen die de Platonische lichamen van de kern bezetten. In een paper uit 1988 doet Laurence Hecht een voorstel voor de distributie van de neutronen als aanvulling op het model van Dr. Moon. Hecht was op zoek naar een verklaring voor de zogeheten magische nummers 2, 8, 20, 28, 50, 82, 126 ontdekt door natuurkundige Maria Goeppert-Mayer. Goepert-Mayer ontdekte dat bij deze nummers wanneer deze ofwel het atoomnummer (Z) vormde van het atoom, ofwel het aantal neutronen (N) ofwel het atoomgewicht (A) van het element, dat er abrupte sprongen plaatsvonden in de tabel der elementen. Deze elementen vertonen uitzonderlijke eigenschapen in relatie tot hun buurelementen met een lager of hoger magisch nummer. Het moet uitdrukkelijk gezegd worden dat de magische nummers geen wetmatigheid vormen, maar een tendens lijken uit te drukken.

De magische nummers kunnen volgens Hecht verklaard worden door neutronen in het atoom die de geometrie van de Platonische lichamen volgen. Hiertoe introduceert Hecht naast de kubus, octaëder, icosaëder en dodecaëder ook de tetraëder in het atoommodel van Dr. Moon. Het bleek al snel dat de geometrie afgeleid kon worden door het verschil tussen magische nummers te nemen. De nummers 8 – 2 = 6 komen overeen met de zes zijden van de tetraëder. Het verschil 20 – 8 = 12 komt overeen met de twaalf zijden van de kubus, 50 – 20 = 30, het aantal zijden van de icosaëder. In Hecht’s model nemen de neutronen dan ook de positie in, in het centrum van de zijden van de Platonische lichamen, terwijl de protonen de hoekpunten bezetten. Hecht introduceert als kleinste geometrie het alfa deeltje, een tetraëder die als dubbel voorkomt in een tetraëder.


.
Alfa deeltje, tetraëder binnen een tetraëder

Volgens Hecht bestaat de helium kern uit een tetraëder met twee protonen op de hoekpunten en twee neutronen in het middelpunt van twee zijden. Bij het volgende element lithium (Li 3) blijven de neutronen op hun plaats, maar verplaatsen de protonen zich naar de hoekpunten van de kubus. De kern van lithium bestaat uit een tetraëder ingesloten door een kubus. Hieronder volgt de neutronverdeling in het atoommodel volgens Laurence Hecht.


                     Neutronen verdeling volgens Laurence Hecht

Element

N

Αlfa

Tetra

Kubus

Octa

Icosa

Opmerking

2-He-4

2

 

 

 

 

 

 

3-Li-7

4

2

2

 

 

 

Start periode

4-Be-9

5

2

3

 

 

 

 

5-B-10

5

2

3

 

 

 

 

6-C-12

6

2

4

 

 

 

 

7-N-14

7

2

5

 

 

 

 

8-O-16

8

2

6

 

 

 

Proton schil vol

9-F-19

10

4

6

 

 

 

 

10-Ne-20

10

4

6

 

 

 

 

11-Na-23

12

4

6

2

 

 

Start periode

12-Mg-24

12

4

6

2

 

 

 

13-Al-27

14

4

6

4

 

 

 

14-Si-28

14

4

6

4

 

 

Proton schil vol

15-P-31

16

4

6

6

 

 

 

16-S-32

16

4

6

6

 

 

 

17-Cl-35

18

4

6

8

 

 

 

18-Ar-40

22

4

6

12

 

 

 

19-K-39

20

4

6

10

0

 

Start periode

20-Ca-40

20

4

6

10

0

 

 

21-Sc-45

24

4

6

12

2

 

 

22-Ti-48

26

4

6

12

4

 

 

23-V-51

28

4

6

12

6

 

 

24-Cr-52

28

4

6

12

6

 

 

25-Mn-55

30

4

6

12

8

 

 

26-Fe-58

30

-

6

12

12

 

Proton schil vol

27-Co-59

32

-

6

12

12

2

 

28-Ni-59

31

-

6

12

12

1

 

29-Cu-64

35

-

6

12

12

5

 

30-Zn-65

35

-

6

12

12

5

 

31-Ga-70

40

-

6

12

12

10

 

32-Ge-73

41

-

6

12

12

11

 

33-As-75

42

-

6

12

12

12

 

34-Se-79

45

-

6

12

12

15

 

35-Br-80

45

-

6

12

12

15

 

36-Kr-84

48

-

6

12

-

30

 

37-Rb-85

48

-

6

12

12

18

Start periode

38-Sr-88

50

-

6

12

12

20

 

39-Y-89

50

-

6

12

12

20

 

40-Zr-92

52

-

6

12

12

22

 

41-Nb-93

52

-

6

12

12

22

 

42-Mo-96

54

-

6

12

12

24

 

43-Tc-98

55

-

6

12

12

25

 

44-Ru-101

57

-

6

12

12

27

 

45-Rh-103

58

-

6

12

12

28

 

46-Pd-106

60

-

6

12

12

30

Proton schil vol

Neutronen verdeling volgens Laurence Hecht volgt de Heilige Geometrie

In bovenstaande tabel staat kolom N voor het aantal neutronen in het element. Het eerste cijfer voor het element is het atoomnummer, het cijfer achter het element staat voor het massagetal (aantal protonen+neutronen). De tabel hierboven is niet uitputtend, maar gaat slechts tot atoomnummer 46, waarbij dus de hoekpunten van de kubus + octaëder + icosaëder + dodecaëder volledig bezet zijn met protonen.

Met deze neutronen verdeling van Hecht als aanvulling op het model van Dr. Moon, kunnen de magische nummers 2, 8 ,20, 28 verklaard worden. Het eerste magische nummer 2 is het eerst atoomnummer van helium, waarbij voor het eerst het alfa deeltje met 2 neutronen bezet wordt. Het magische getal 8 komt overeen met het vollopen van protonen in de kubus. Het magische getal 20 komt overeen de start van een periode; kalium (19-K-39) en calcium (20-Ca-40) hebben dezelfde atoommassa, en vormen daarom feitelijk beiden de start van een nieuwe periode. Maar met scandium (21-Sc-45) begint de vulling van de octaëder voor de neutronen (met 2 neutronen in de octaëder). Bij het magische getal 28 (28-Ni-59) begint de vulling van de icosaëder voor de neutronen (met 1 neutron in de icosaëder).

De heilige geometrie die terug te vinden is in het Moon/Hecht atoommodel op basis van de Platonische lichamen, maakt dat eigenschappen zoals volume, smeltpunt, samendrukbaarheid en de magische nummers van de elementen hiermee verklaard kunnen worden. Tot op heden is er geen ander model bekend dat een verklaring kan geven voor het bestaan van deze magische nummers.

Voegen we hieraan toe Daniel Winter’s visie dat de elementaire deeltjes als elektronen, protonen en neutronen slechts draaikolken of vortici zijn in de ether, en het Moon/Hecht model kan gezien worden als geneste Gulden snede vortici waarbij voor de protonen en neutronen geldt dat de vlakke bodem van de draaikolkslurf ligt op een hoekpunt van het Platonische lichaam. Met deze heilige geometrie in de kern van het atoom, imploderen de Gulden snede golven dus tot in de kern volgens de wetten van de Heilige Geometrie.
(5a)

 

Universeel principe

Het repetitieve in elkaar passende patroon van de Platonische lichamen zijn fractals. Een fractal is een repetitief patroon dat geschaald kan worden naar iedere grootte. De schaalgrootte kan veranderen, maar de ratio blijft constant.

De fractalpatronen die het atoom scheppen, scheppen ook de planeten en sterren en in feite ons hele universum, aldus Daniel Winter.

Een fractal komt met zichzelf overeen op elke schaal, het is een herhaald geometrische patroon. De binnenste structuur van een fractal wordt gereflecteerd in de buitenste structuur. Fractal betekent “een fractie van het geheel”, hiermee aangevend dat ieder stuk een deel van het geheel is. Het is het basisidee van een hologram en het is om deze reden dat volgens Daniel Winter het universum een superhologram is. De fractals van elektromagnetische energie verbinden alles met alles in het universum en zijn de basale bouwstenen van dit hologram. De fractal repetitieve structuren van elektromagnetische energie weven zo een gigantisch web door het gehele universum.        

De golflengten van planeten en sterren mogen dan groot zijn in vergelijking met de golflengten van atomen, het feit blijft dat wanneer hun beider golflengten passen in de Fibonacci-reeks van de Gulden snede, deze vervolgens non-destructief interfereren, ze imploderen en vormen een fractal-attractor die we zwaartekracht noemen! Dit is hoe de planeten en sterren onderling verbonden zijn door imploderende elektromagnetische golven die wij ervaren als zwaartekracht.

Indien het universum in essentie een hologram is en er maar één principe is dat alles vorm geeft, van de atomen tot de planeten en sterren en uiteindelijk het gehele universum, dan zouden we bewijzen moeten vinden van deze vortices, Platonische lichamen en donutstructuren in alle delen van het universum.

Dit holografische principe van het universum werd voor het eerst genoemd door de oude Griek Hermes Trismegistus en is bekend als één van de hermetische principes, ‘zo boven, zo beneden, zo beneden, zo boven’. Wat Hermes hiermee bedoelde was dat er correspondentie bestaat tussen de verschillende bestaansniveaus, de macrokosmos en de microkosmos. Dit hermetisch principe vertelt ons dat wat we daarbuiten zien in het universum, in de melkwegstelsels, de sterren en de planeten, we ook terugvinden op een kleinere schaal binnen in de atomen.

De vraag is dus of er bewijs bestaat dat de geldigheid van het hermetisch principe in ons universum kan bevestigen?

Het antwoord hierop is: ja, dat is er. Het verbazingwekkende feit doet zich namelijk voor dat recente ontdekkingen aantonen dat het hermetisch principe en de heilige geometrie die ermee gepaard gaat, aangetoond kan worden in zowel de theoretisch niet waarneembare subatomaire vortices van de atomen, als in de reëel waarneembare grootste draaikolken ter wereld, die van orkanen!  Richard C. Hoagland en David Wicock ontdekten namelijk de pentagonale en hexagonale structuren in het oog van de gewelddadige categorie 4 en 5 (Saffir-Simpson schaal) orkanen die de Verenigde Staten bedreigd hebben in de afgelopen paar jaar. Satellietfoto’s laten mooi het vijfspaaks wiel zien in het oog van sommige van deze orkanen. De satellietfoto hieronder toont het pentagram in het oog van de orkaan van September 2003, die Isabel werd gedoopt.

hurricane Isabel

Vijfzijdige pentagram in de orkaan Isabel

Wilcock en Hoagland theoretiseren in hun hyperdimensionale fysica dat orkanen van de 4e en 5e categorie een interdimensionale poort openen naar een hogere dimensie die het mogelijk maakt dat de etherenergie naar onze fysieke dimensie stroomt. Deze fysieke energie in de vorm van torsiegolven (die later in dit hoofdstuk besproken zullen worden) creëren staande golven net zoals de golven in Dr. Hans Jenny’s Cymatica-experimenten. Ze vormen de verklaring voor de waargenomen pentagonale en hexagonale patronen in het oog van orkanen. We zouden deze hyperdimensionale etherstructuren nooit ontdekt hebben in het mechanisme van een orkaan wanneer de waterdamp in de wolken zich niet zou rangschikken volgens deze interferentiepatronen. Wilcock en Hoagland geloven dat orkanen zich niet enkel en alleen voeden door middel van de conventionele convectiestromen die het gevolg zijn van het warme oceaanwater en de koelere lucht erboven, maar dat orkanen ook antigravitatie-effecten ervaren in hun slurven als gevolg van deze torsiegolven. Het resultaat is dat de wolken die het pentagram vormen boven op de top van de orkaan, hoger liggen dan normaal. Het anti-zwaartekrachteffect wordt significant versterkt en gaat gepaard met de formatie van het pentagram, enkel en alleen wanneer de interne windsnelheden van de orkaan zich opbouwen tot de extreme categorieën 4 en 5 op de Saffir-Simpson schaal.

Volgens Daniel Winter is de vorm van het pentagram die we in een tweedimensionale satellietfoto zien in werkelijkheid een driedimensionale dodecaëder en de hexagonale vorm stelt het bovenaanzicht voor van een icosaëder. Winter heeft een enigszins afwijkende interpretatie van de Heilige Geometrie die we zien in deze orkanen, volgens Winter zijn de geneste fractalstructuren van de dodecaëder en de icosaëder het gevolg van de imploderende elektromagnetische golven in het oog van de orkaan. Deze elektromagnetische golven worden onttrokken aan de zwaartekracht, zo legt Winter uit, omdat zwaartekracht en elektromagnetisme gerelateerde fenomenen zijn. Orkanen en tornado’s zijn berucht om hun anomalieën m.b.t. elektromagnetische effecten zoals donderschichten en schijnende lichten in de slurf van deze stormen. Het is een anomalie omdat orkanen en tornado’s geen onweersbuien zijn. Dus het lijkt er nu op dat de natuur ons een reëel waarneembaar fenomeen verschaft dat ons in staat stelt om orkanen te bestuderen als de hermetische tegenhanger van dezelfde vortices die het atoom vormgeven.

De donutvorm, die feitelijk samengesteld is uit twee vortices, komen we ook tegen in de macroscopische wereld. Tot haar verbazing gaf NASA in de zomer van 2004 nieuwe informatie vrij over ontdekkingen die gedaan zijn met de European Space Agency observatoria de INTEGRAL en XMM-Newton. Ze hadden ontdekt dat de zogeheten zwarte gaten in ons universum eigenlijk formaties zijn met een donutvorm! Zwarte gaten zijn objecten met een onvoorstelbaar grote massa. Ze hebben de dichtheid van miljoenen tot miljarden maal de massa van de zon en de zwaartekracht van zwarte gaten is zo sterk dat niets eraan kan ontsnappen, zelfs het licht niet. Alles in de omgeving wordt aangetrokken naar de kern van het zwarte gat.

De overeenkomsten tussen de macroscopische donut-/torusvorm van het zwarte gat en de microscopische donut-/torusvorm van het atoom zijn treffend. Het hoofdkenmerk van een zwarte gat is dat de zwaartekracht binnenin zo immens groot is dat zelfs het licht er niet aan kan ontsnappen. Volgens Daniel Winter is de donut-/torusstructuur eigenlijk een implosie van Gulden snede-golven wat resulteert in zwaartekracht. Het is dus licht dat aangetrokken wordt tot de kern en dat is nu precies wat er ook gebeurt binnenin een zwart gat.
(6)

Het is tevens interessant om te vernemen dat recente ontwikkelingen in de snaartheorie voorspellen dat zwarte gaten kunnen bestaan op schaalgrootten die uiteen liggen van de microscopische schaal van deeltjes tot de monsterachtige macroscopische schaal van zwarte gaten die waargenomen zijn in afgelegen melkwegstelsels. Het is zelfs zo dat men in CERN in Zwitserland bezig is met de bouw van een nieuwe kolossale deeltjesversneller, Large Hadron Collider (LHC) geheten, die tegen 2007 gereed moet zijn. Wetenschappers verwachten dat deze deeltjesversneller wel eens zo sterk zou kunnen zijn dat er miniatuur zwarte gaten mee kunnen worden voortgebracht. Dit opmerkelijke feit is mogelijk geworden door nieuwe inzichten in de snaartheorie. De snaartheorie voorspelt namelijk niet alleen dat er meerdere dimensies zijn, maar ook dat in deze extra dimensies zwaartekracht werkzaam zal zijn. Dit betekent dat het effect van de zwaartekracht op een kleine schaal vele malen sterker is dan de conventionele theorieën voorspellen. In de conventionele theorie kunnen zwarte gaten alleen ontstaan uit enorm dichte massa’s, de snaartheorie staat het nu echter toe dat miniatuur zwarte gaten een stuk minder dicht zijn zodat deze zelfs kunnen voorkomen op het subatomaire niveau van deeltjes.

(7)

De astrofysica is nog steeds bezig om het juiste kosmologische model van ons universum te vinden. Het actuele geaccepteerde idee dat al weer een tijdje meegaat sinds de introductie ervan in de zeventiger jaren, is het idee dat het universum gecreëerd is in één grote oerknal die de big bang genoemd wordt. Sinds de oerknal dijt ons universum uit en dit kosmologische model van een uitdijend heelal wordt dan ook wel het inflatie-model genoemd. Een van de oprichters van het inflatiemodel Dr. Robert P. Kirshner van de universiteit van Harvard is echter uiteindelijk tot de overtuiging gekomen dat een cyclisch model beter in staat is om de laatste ontdekkingen van ons universum te verklaren. In het cyclische model wordt het universum steeds weer herboren in een eeuwige cyclus van zowel expansie als samentrekking. Recente ontdekkingen hebben aangetoond dat het universum momenteel niet alleen uitdijt maar tevens dat deze uitdijing versnelt. De enige bron die deze onverwachte versnelling zou kunnen verklaren is een niet eerder ontdekte onzichtbare energie die door het gehele universum aanwezig zou moeten zijn. Astrofysici hebben deze mysterieuze nieuwe energie donkere energie genoemd.

Een opmerkelijk nieuwe ontdekking, want een cyclisch model is het kosmologische model dat overeen komt met de oude Oosterse kosmologie. Volgens de spirituele Oosterse geschriften, de Upanishads, wordt het universum eeuwig gecreëerd door de adem van Brahmaan d.m.v. het in- en uitademen van de Prana van het universum.
(8)

Er zijn nu een aantal theoretische astrofysici die de idee gelanceerd hebben dat het universum in zijn totaliteit wel eens de vorm van een gigantische donut/torus zou kunnen hebben. Een van deze theoretici is professor Joseph Silk van de ‘Department of Physics’ aan de universiteit van Oxford. De meest toegepaste methode door wetenschappers om de vorm van het universum te modelleren, is de geometrie van de microgolf achtergrondstraling te meten, de zogenaamde restenergie van de big bang. Het nieuwe idee dat het universum de vorm heeft van een torus, is ontstaan door de laatste metingen van de achtergrondstraling.
(9)

Als we aannemen dat het universum inderdaad een eeuwige cyclus is van leven en dood, kan de donut-/torusvorm dit gedrag perfect weergeven en verklaren. Stelt u zich eens voor dat alle planeten, sterren en melkwegstelsels zich door de ruimte voortbewegen in dit reusachtige donutvormige universum. Het centrum van deze donut zou dan corresponderen met het moment van de oerknal. Het centrum, net als het centrum van het zwarte gat, is een singulariteit waar ruimte en tijd oneindig gecomprimeerd zijn. Dit nulpunt is het eeuwige nu. Wanneer we dit nulpunt van de donut verlaten en ons naar buiten toe bewegen door de slurf over het oppervlak van de donut, dan ontstaat zo langzaamaan de ruimte die begint te expanderen en tegelijkertijd begint de tijd te tikken. We hebben nu het witte gat van het universum verlaten, waar planeten, sterren en melkwegstelsels geboren worden. Terwijl we over het oppervlak van de torus reizen, blijft de ruimte uitdijen totdat we de equator oversteken, het middelste vlak van de symmetrische torus. Hierna begint de ruimte zich weer samen te trekken en wordt aangetrokken door het zwarte gat, de tegenovergestelde pool van de donut waar alles in het binnenste weer ineenstort. We hebben nu een complete cyclus van geboorte en dood afgelegd! In deze eeuwige cyclus van het universum komt dus alles voort uit een singulariteit (de big bang) het witte gat van het universum. Na het ontstaan van het universum bewegen we ons voor biljoenen jaren door de ruimte om uiteindelijk te eindigen waar we begonnen zijn om wederom aangetrokken te worden door het zwarte gat. Hierna kan weer een nieuwe cyclus starten.
(10)

Recente ontdekkingen van astrofysici tonen aan dat de Platonische lichamen ook voorkomen in het clusteren van melkwegstelsels.

In ons melkwegstelsel heeft de dierenriem met zijn twaalf tekens de geometrie van een dodecaëder waarbij de 12 vlakken overeenkomen met de 12 tekens van de dierenriem.

Platonische lichamen komen ook voor in de energiebanen van de aarde hetgeen we zullen aantonen in het volgende hoofdstuk. De ‘aura’ van de aarde is een dodecaëder-icosaëderraster (geneste dodecaëder en icosaëder) van energielijnen dat we verder zullen aanduiden als het aardraster.

Richard Hoagland heeft samen met David Wilcock aangetoond dat er in ons zonnestelsel planeten zijn die geologische drukpunten kennen op een breedtegraad van precies 19,47 graden. Voorbeelden hiervan zijn de grote rode vlek op Jupiter, de grote donkere vlek op Neptunus en de plaatsen op de zon waar de grootste zonnevlekken voorkomen. De verschijnselen die voorkomen op deze breedtegraad kunnen het best verklaard worden wanneer we aannemen dat er stertetraëdervormige energiestructuren werkzaam zijn in het boloppervlak van deze hemellichamen.

.

               Stertetraëder in de planeten

(11)


Het correspondentiebeginsel van Hermes Tresmegistos ‘zo boven, zo beneden’ is ook van toepassing op de Platonische lichamen in de aura of het energieveld van het menselijke lichaam. De wetenschap heeft in de negentiger jaren het bestaan van zo’n bio-energieveld van het menselijke lichaam bevestigd. Dit bio-energieveld is bij de Chinezen al sinds duizenden jaren bekend als het Chinese meridiaansysteem met zijn zeven chakra’s. Het Oosterse chakrasysteem zou de knooppunten vormen waar vortices van subtiele energieën afkomstig uit een hogere dimensie ingrijpen op het fysieke lichaam.

Vele Oosterse tradities zijn het erover eens dat het etherische energielichaam dat het tegenwicht vormt van het fysieke lichaam, het voertuig is van de menselijke ziel. De energiestructuren van de menselijke aura zou als golf interferentie-patronen de Platonische lichamen in zich hebben en wel in het bijzonder de stertetraëder.

Meditatie in Lotus positie en de Merkaba
(Met dank aan Ananda M. Bosman, www.akasha.de/~aton)

Het energielichaam werd in het oude Egypte de Merkaba genoemd. (Mer = roterend licht, Ka= geest, Ba = menselijk lichaam). Men geloofde dat het roterende licht van de Merkaba een persoon van de ene dimensie naar de andere kon brengen. Het was het licht waarlangs de ziel afdaalde in het menselijke lichaam en dat ook gebruikt kon worden om naar hogere niveaus te reizen.

Het Merkaba-energieveld van het menselijke lichaam is een stertetraëder ofwel  twee in elkaar gevlochten tetraëders, waarvan er eentje met de punt omhoog wijst en de ander met de punt omlaag (zie de omslag van dit boek). De Merkaba wordt ook genoemd in de joodse Kabbala, waarin hij beschreven wordt als een tegen de klok indraaiend energieveld die zowel geest als lichaam beïnvloedt.

In de Bijbel noemt Ezechiël de Merkaba het lichtvoertuig. Dit lichtvoertuig staat de ziel toe om te reizen tussen parallelle dimensies. Koningen 2:2 vertelt het verhaal van de profeten Elijah en Elisha die de rivier de Jordaan overstaken bij Bethlehem toen er plotseling een Merkaba van vuur verscheen en Elijah verdween in een wervelwind. Elijah verdween hierbij van de aarde en verdween uit deze fysieke dimensie.

De Merkaba is ook bewaard gebleven in de Islam, in het oude islamitische mystieke soefisme.

De dansende soefi-derwisj beeldt de Merkaba uit door zijn gewaad in een dans tegen de wijzers van de klok hard in het rond te draaien, waarbij er twee sferische schijven ontstaan die de torusvorm van de Merkaba uitbeelden.

Onderzoeker van de Heilige Geometrie Drunvalo Melchizedek heeft veel moeite gestoken om de betekenis van de Merkaba te reconstrueren. Hij meent dat het menselijke lichaam de Merkaba creëert als een elektromagnetisch energieveld rond het lichaam. Ananda Bosman heeft een geheel nieuwe wetenschap gelanceerd die hij Vortexiajah gedoopt heeft. Vortexiajah staat voor de fysica van vortices binnen vortices die perfect overeenkomt met de theorie van de implosiefysica van Daniel Winter. Ananda legt uit dat de Merkaba ofwel het ‘lichtlichaam sterrenschip’ zoals hij het noemt het voertuig is tussen de derde dimensie en andere hogere dimensies van bestaan. Hij beweert dat hij in staat is om uit zijn lichaam te treden gebruik makend van zijn Merkaba. Zijn eerste uittreding ontstond spontaan na een ernstig ongeluk waarbij hij bijna het leven liet! Hij beweert nu in contact te staan met een hogere intelligentie die hem helpt om zijn nieuwe Vortexiajah fysica vorm te geven!
(12)

Heilige Geometrie patronen in elektromagnetische energie komen ook voor in het energieveld van het hart. Het menselijke hart heeft een elektromagnetisch veld in de vorm van een donut-/torusvormig veld (perfecte torus) die de zeven gelaagde spieren van het hart aansturen om te kloppen. Dit torusvormige energieveld is de animator van het hart volgens Daniel Winter.

Een ander voorbeeld is de geometrie van ons DNA. DNA heeft de geometrie van tien in elkaar gevlochten dodecaëders die langs de helix spiralen. Er zijn tien Phi-spiralen nodig om het bovenaanzicht van DNA te vormen. De basisgeometrie van DNA is dus die van een dodecaëder. Omdat Daniel Winter aanneemt dat het universum een gigantisch superhologram is en dat alles in het universum onderling met elkaar verbonden is door middel van Gulden snedegolven, meent hij ook dat DNA elektromagnetisch gekoppeld is aan het aardraster en de dierenriem middels fractal dodecaëder energievormen.


Ether en het nulpuntsveld

Maar hoe verhoudt de ether zich nu met het nulpuntsveld dat de kwantumfysica ontdekt heeft? Zijn zij één en hetzelfde? Ik ben van mening dat het enige verschil erin bestaat hoe deze velden worden omschreven.

Beide velden beschrijven energie die overal in het universum aanwezig is. De kwantumfysica beschrijft de nulpuntsenergie als de collectieve energie die vrijgegeven wordt (virtuele fotonen) door alle subatomaire deeltjes in het universum wanneer deze terugvallen van hun aangeslagen toestand naar hun energetische grondtoestand. Dit wordt ook wel de Lamb-verschuiving genoemd, naar de ontdekker ervan: Willis Lamb. De som van al deze energie is wat het nulpuntsveld creëert. Aan de andere kant lenen subatomaire deeltjes energie (virtuele fotonen) van het nulpuntsveld om hen in hogere energietoestanden te brengen. Het spel van het geven en nemen van virtuele fotonen, bestaande uit energie, is wat het nulpuntsveld vormt. Op deze manier is de lege ruimte, het vacuüm dus eigenlijk, een overvolle ruimte gevuld met elektromagnetische energie (virtuele fotonen) in alle soorten en maten van frequenties uit het elektromagnetische frequentiespectrum.

In tegenstelling tot de kwantumfysica stelt de ethertheorie dat er geen deeltjes zijn, maar slechts golven. Het nulpunt in de ethertheorie van Daniel Winter is perfecte stilte, de alfa en de omega van de schepping. Dit nulpunt is echter perfecte stilte alsmede oneindige beweging tegelijkertijd. Het is één en hetzelfde. Maar hoe kan dat dan, hoe kunnen deze tegenstellingen hetzelfde zijn? De waterval van Gulden golven creëert een oneindige serie van hogere harmonischen en wanneer we alle golven bij elkaar optellen, daarbij gebruikmakend van het Fourier-principe, dan resulteert dit in een vlakke golf van 0 Hz, ofwel perfecte stilte!

Denk maar aan een glas water - wanneer we dit langzaam laten trillen zullen we zeer zeker golffronten waarnemen in het glas. Wanneer we de frequentie opvoeren zal het steeds moeilijker worden om waar te nemen dat het wateroppervlak in trilling is. Wanneer we nu alle mogelijke vibraties met frequenties van uiterst laag tot oneindig hoog toevoegen, zal het nettoresultaat van al deze vibraties zijn dat het water weer terugkeert naar een rustig wateroppervlak. Het water zal weer tot rust komen. Deze kalmte is echter een illusie omdat het wateroppervlak tegelijkertijd in ruste is maar ook als een gek staat te schudden!

Dat is precies wat het nulpuntsveld  in essentie is: het is complete stilte (nul Hertz) en is tevens gevuld met een oneindige waterval aan Gulden harmonischen.
 
De golven die de materie creëren en die zich door middel van fractals naar de kern toe bewegen, vormen een toenemende waterval aan Gulden golven die alsmaar versnellen en uiteindelijk de lichtsnelheid overschrijden. Maar waar gaan deze golven naar toe? Ze bewegen zich naar het nulpunt, terug naar waar ze vandaan gekomen zijn. In dit opzicht kunnen we het nulpunt dan ook als de alfa en de omega van de schepping beschouwen!

Het nulpunt is dus perfecte stilte en ondenkbaar overvloedige activiteit tegelijkertijd! Het zijn twee zijden van dezelfde medaille, het is als een slang die in zijn eigen staart bijt.

   

Bewuste energie

Wetenschappers zoals David Wilcock en Daniel Winter gaan zelfs nog stap verder, zij beweren dat etherenergie eigenschappen heeft van bewustzijn en ze concluderen dat er geen dualiteit bestaat tussen het fysieke en geestelijke domein.

De ether is pure, bewuste energie en omdat het vorm geeft aan het hele universum, moet het universum zelf een levend intelligent wezen zijn.
 
Indien dit feit bewezen kan worden dan lijkt het erop dat etherfysica de wetenschappelijke bevestiging is van de leerstellingen van vele Oosterse spirituele tradities. Die beweren dat de enige bron van het universum een levenskracht-energie is, een spirituele energie die vele namen kent zoals Ki, Chi, Akasha, om er maar een paar te noemen.

In dit hoofdstuk dragen we enig ‘bewijs’ aan voor deze verbazingwekkende conclusie, hoewel de gepresenteerde wetenschappers wel verschillende gedachtengangen volgen om tot een dergelijke verrassende conclusie te komen. David Wilcock verwijst bijvoorbeeld naar het Russische onderzoek naar torsiegolven die als spiralende impulsen door de ether reizen met een duizelingwekkende snelheid van een miljard maal de lichtsnelheid. Torsiegolven zouden ontstaan als gevolg van vele verschillende verschijnselen zoals de beweging van fysieke objecten, maar vreemd genoeg ook als gevolg van bewuste gedachten! Russische ontdekkingen hebben aangetoond dat onze gedachten en gevoelens tot ver buiten het lichaam reiken en door het gehele universum reizen!

Kwantumfysicus David Bohm meent, net als Daniel Winter, dat het universum holografisch van aard is en dat er een onverdeelde eenheid bestaat van alle dingen. “Het is zinloos om in termen van gescheiden deeltjes te spreken omdat ze  vergeleken kunnen worden met kleine draaikolken in de rivier waarvan je ook niet kunt zeggen waar de draaikolk begint en de rivier eindigt.” Bohm vervolgt met te zeggen dat “bewustzijn niet alleen aanwezig is in alle levensvormen, maar ook in alle levensloze materie omdat energie, ruimte, tijd en bewustzijn geen afzonderlijke dingen zijn.”

Amit Goswami heeft hierover te zeggen dat bewustzijn de basis is van alles en hij omzeilt hiermee de dubbelzinnigheid van de Kopenhagen-interpretatie van de kwantumfysica. Volgens hem moet het wel zo zijn dat bewustzijn oorspronkelijk is en het fysieke voortbrengt. Amit Goswami is de schrijver van het boek ‘The Self Aware Universe’.

Daniel Winter geeft voor bewustzijn de volgende verklaring: wanneer de ether-golven zich zo organiseren rond de torus om fractal of recursief te worden, dan draaien ze om de torus heen om zichzelf te ontmoeten, ze worden zelfreferentieel. Hierbij creëren ze niet alleen gravitatie maar ook zelfreferentie of zelfbewustzijn. Zelfreferentie is het principe dat ten grondslag ligt aan zelfbewustzijn en is volgens de eeuwenoude Vedas de definitie van bewustzijn.

De Gulden golven in fractal geometrische patronen worden aangetrokken door het nulpunt, het brandpunt van het atoom. Het nulpunt fungeert hierbij als de fractal-attractor die alle elektromagnetische golven naar zich toe trekt als een  roetsjbaan van Gulden golven die naar het centrum glijden. Het is min of meer een miniatuur zwart gat dat licht aantrekt en daarbij niet alleen zwaartekracht schept maar ook zelfbewustzijn.

Maar als recursieve elektromagnetische golven die fractals vormen de ware aard van bewustzijn vormen, betekent dit dat bewustzijn niet beperkt blijft tot alleen levensvormen, maar dat ook levenloze objecten een soort van bewustzijn moeten hebben. Alle dingen in het universum moeten dan zelfbewust zijn!

Inheemse stammen, zoals de oorspronkelijke indianen van Amerika en de Australische aboriginals, hebben altijd al beweerd dat alles levend is, van regendruppels tot rivieren, van stenen tot gebergten. Bewust leven is niet alleen voorbehouden aan alle leven op het land; de indianen geloofden dat elk materieel ding een ziel had, inclusief het land zelf. Voor deze volkeren was de gehele schepping levend en onderdeel van het geheel; zij aanbaden de bergen en de rivieren, de maan en de zon net zo zeer als de dieren en de planten.

Onze Westerse cultuur beschouwt de religies uit de Oudheid als primitief omdat de Ouden de sterren en planeten aanbaden als waren het de goden van de hemel. Maar misschien hadden ze wel helemaal niet een dergelijk primitief en armzalig begrip van de werkelijkheid? Misschien hebben wij wel een inhaalslag te maken?

Het begint te dagen in de wetenschap dat het universum wel eens zelfbewust zou kunnen zijn. Dit houdt in dat alle atomen, planeten, sterren etc, zelfbewust zijn en een vorm van individualiteit hebben. We kunnen niet langer spreken van bewustzijn dat alleen beperkt is tot organisch leven, bewustzijn kan in vele vormen bestaan inclusief in sterren en planeten. Het universum zou wel eens één bewust wezen kunnen zijn waar wij mensen deel van uitmaken.

Dit maakt van ieder brandpunt van elektromagnetische golven een individueel bewustzijn dat onderdeel is van het universele bewustzijn. Menselijk bewustzijn gefocusseerd in het menselijke lichaam is eenvoudigweg een deel van het totale bewustzijn van het universum. Het brein is hierbij slechts de antenne die afgestemd is om het individuele bewustzijn te kunnen ontvangen vanuit het universele bewustzijn, precies zoals de kwantum-breintheorie suggereert. Elk individuele geest echter heeft ook toegang tot de universele geest.

Het zou verklaren hoe het universele bewustzijn geraadpleegd werd door zo veel genieën zoals de grote filosofen, wetenschappers, artiesten en musici die ons door de eeuwen heen geïnspireerd hebben. Wanneer we dit accepteren, zien we dat in dit holografische aspect van bewustzijn, ons ego, dus een illusie moet zijn.

Tegenwoordig gelooft een groeiend aantal fysici dat het universum inderdaad zelfbewust is. Waarom associëren bijna alle wereldreligies Godsbewustzijn met licht? De Bijbel vertelt ons dat God het licht van de wereld is!

Daniel Winter’s implosiefysica vertelt ons nu dat het zelfbewustzijn licht is dat de materiële wereld schept! Zou dit universele bewustzijn, dat velen liever aanduiden met “God”, het nulpunt of stiltepunt in de ether kunnen zijn, de fractal-attractor in de chaostheorie die al het licht van de wereld naar zich toe trekt - waar alles Een is? Het nulpunt zou gezien kunnen worden als de bron en de bestemming, de alfa en de omega van de schepping. Daniel Winter vertelt ons dat het dit universele bewustzijn is dat de golven focusseert in het nulpunt en ze gaande houdt. We kunnen het vergelijken met de Gkracht van de etherdynamica!

Maar werd God ook niet geassocieerd met onvoorwaardelijke liefde? Wanneer God werkelijk geassocieerd dient te worden met zelfbewust licht, waar is dan de liefde in al deze Gulden golven van Daniel Winter?


Phi en Liefde

Manfred Clynes, een voormalig concertpianist, bestudeerde de relatie tussen muziek en emoties. Gedurende zijn optredens ontdekte hij dat bepaalde delen van zijn spel mensen meer ontroerden dan andere. Hij wilde weten wat het was in zijn muziek, welke toonhoogten en noten de mensen het meest beroerden. Hij begon daarom een wetenschappelijke carrière om dit uit te zoeken.

Zo bestudeerde hij de golfvormen die gerelateerd zijn aan menselijke emoties. De tedere omhelzingen en knuffels tussen mensen bleken voorspelbare drukcurven te volgen die universeel zijn. Zijn studies wezen uit dat deze niet gerelateerd zijn aan cultuur, religie of etnische achtergrond. Over de gehele wereld bleken mensen hetzelfde recept te gebruiken om emoties als een golf uit te drukken.

Uitdrukkingen van angst en haat waarbij mensen duwen en aan elkaar trekken bleken ook voorspelbare drukcurven te volgen. Verbazingwekkend is dat de emotie die geassocieerd wordt met liefde ook een relatie met de Gulden snede blijkt te hebben! Wanneer we onze geliefde omhelzen en het gevoel van liefde leggen in deze omhelzing, zal de maximale druk van de omhelzing plaatsvinden op precies het moment dat deze de Gulden snede vormt in de totale duur van de omhelzing.

.

Relatie tussen emotie en golf verloop
(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

Daniel Winter concludeerde uit Manfred Clynes’ studies dat liefde Gulden snede gerelateerd moet zijn!

Dus het lijkt erop dat er maar één manier is waarop het universele bewustzijn kan scheppen. Het vereist de liefdevolle, niet-destructieve interferentie en buiging van licht in fractal geometrische structuren die toestaat dat de golf staat en voor eeuwig interfereert. De hogere harmonischen in de Fibonacci-reeks zijn allemaal gebaseerd op de langste Phi-golf die de draaggolf vormt. De waterval aan elektromagnetische golven die gevlochten zijn op deze Gulden draaggolf met de langste golflengte heet in het Engels de ‘Lo Phi wave’, van ‘Long Phi wave’ ofwel de ‘Love Wave’ (liefdesgolf).
 
Is ‘Lo-Phi’ de oorsprong van het Engelse woord ‘love’?

Het lijkt er dus op dat alleen liefde creëert en we komen tot het inzicht dat het liefdevolle golven zijn die met elkaar interfereren waaruit de materiële wereld ontstaat. Wanneer de interfererende golven niet de Gulden snedeverhouding onderhielden in golflengten, dan zou destructieve interferentie het gevolg zijn en de materiële wereld zou eenvoudigweg niet kunnen bestaan. Is het niet zo dat liefde bergen kan verzetten en dat haat en angst alles vernietigen? We zien dit zelfde principe tot uitdrukking komen in golven die liefdevol de wereld creëren.  Wanneer de golven elkaar haten, dan concurreren ze met elkaar en gaan ze allebei ten onder.

Licht in een rechte lijn is energie; liefdevol licht, gebogen om een brandpunt, creëert materie en het universele bewustzijn houdt deze golven gecentreerd. Wanneer de universele geest van het universum, God, het licht en de liefde van de wereld is, zoals de Bijbel ons vertelt, dan kunnen we dit nu waarderen vanuit een wetenschappelijk perspectief.

 

Het liefhebbende hart

Daniel Winter is lid van het ‘Heart Coherence Team’  dat de Heart Tuner ® ontwikkeld heeft. De Heart Tuner is een hart/brein-biofeedbacksysteem dat in staat is de coherentie te meten tussen de hartslagen (Elektrocardiogram ECG) en de hersengolven (Elektro-encefalogram EEG) van een persoon. Het wordt gebruikt door therapeuten en onderzoekers, maar is ook geschikt voor individueel gebruik om een betere balans tot stand te brengen tussen hart en geest.

Voor het eerst in de geschiedenis zijn we in staat om werkelijk menselijke emoties te meten zoals compassie, empathie, liefde, boosheid en frustratie. De Heart Tuner gebruikt de elektromagnetische golven van het hart en het brein en is in staat om te constateren of er harmonie tussen beide bestaat, met andere woorden of er sprake is van coherentie tussen hart en geest. De Heart Tuner checkt of onze gevoelens en gedachten op elkaar afgestemd zijn.

Sinds mensenheugenis hebben we aangenomen dat het hart het huis is van onze gevoelens en emoties en dit is tot uitdrukking gebracht in bijna ieder populair liefdesliedje. Maar de menselijke emoties kunnen nu werkelijk gemeten worden en blijken inderdaad af te stammen van het hart. Emoties komen voor in de golven van het ECG.

Ook onze gedachten laten een vingerafdruk achter in het elektromagnetische veld van het brein, onze hersengolven zoals ze vastgelegd worden in het EEG. De Heart Tuner pikt de signalen van het hart en brein op en is in staat om fase-overeenkomsten tussen de golven van het ECG en EGG vast te stellen.

Wanneer een faseovereenkomst wordt gedetecteerd, stemmen niet alleen de frequenties van het hartsignaal af met de frequenties van de hersengolven, maar ook hun fasen komen overeen, de golven zijn harmonisch met elkaar verbonden! In technische termen wordt gezegd dat deze signalen coherent zijn! Wat er werkelijke gebeurt is dat de betrokken persoon zijn gevoelens en gedachten op elkaar afstemt en hij ervaart vredige, blije gevoelens, kortgezegd: gelukzaligheid.

De Heart Tuner heeft zijn therapeutisch nut bewezen:

  • het apparaat stimuleert het immuunsysteem;
  • balanceert emotionele en fysieke gezondheid;
  • is een feedbackgereedschap om stress te verminderen;
  • verbetert het leervermogen van de behandelde persoon;
  • kan gebruikt worden om over verslavingen heen te komen;
  • het is een probaat middel bij conflictbemiddeling door de coherentie tussen twee personen te meten (het is een leugendetector die nooit liegt).

Hoe werkt de Heart Tuner en wat gebeurt er precies in het frequentiespectrum van het hart en het brein?

Allereerst worden de geluidsgolven van het hart, de hartslagen omgezet in elektromagnetische pulsen door de zwezerik van het hart en de klieren in ons lichaam die werken als een piëzo-elektrisch apparaat om zo akoestische drukgolven om te zetten in elektromagnetisme. Dit is de manier waarop het hart een elektromagnetisch veld genereert dat gemeten kan worden als een ECG.
 
Daniel Winter ontdekte dat mensen die ware gevoelens van liefde ervoeren, een specifiek patroon achterlieten in het frequentiespectrum van het hart, het ECG. De frequentiecomponenten in het frequentiespectrum worden Gulden snede (Phi) gerelateerd. Verbazingwekkend genoeg werden ook de hersengolven coherent en ze raakten in fase met de hartgolven. Brein- en hartgolven kwamen in hetzelfde tempo en in dezelfde fase onderling verbonden door middel van de Gulden snede (Phi).

Het resultaat was de ons nu wel bekende waterval van elektromagnetische Gulden golven, precies zoals we voorheen schreven over wat er in het atoom plaatsvindt.

Volgens Daniel Winter eindigt de waterval aan elektromagnetische Gulden golven uiteindelijk als blauw licht in het DNA van ons lichaam! Het DNA is een soort lens die deze elektromagnetische energie naar zich toe trekt.

Maar hoe kunnen nu de hart- en breingolven, die een veel langere golflente hebben, zich verbinden en afstemmen met de veel kortere golflengten van het DNA? Het is de Gulden snedeverhouding die de schaal van de lange golven van het hart en brein overbrugt naar de kortere golven van het DNA. Wanneer onze gedachten en emoties afgestemd zijn op liefde, ontstaat een waterval aan Fibonacci-reeks harmonischen die de energie van ons hart en geest verbindt met ons eigen DNA.

Dus emotie is in werkelijkheid energie, het is energie in beweging, e-motie. Emotie is als een roetsjbaan waarlangs de emotionele energie van het hart afglijdt naar elke cel van ons lichaam en in ons eigen DNA belandt. Dus de energie van onze emoties beweegt zich tussen de schaal van de lange golven naar de korte golven en wordt uiteindelijk afgeleverd in ons DNA. Fritz Pop heeft het bestaan van de biofotonen ontdekt, het blauwe licht in het lichaam en hij vermoedde dat op de één of andere manier dit licht gerelateerd was aan DNA.

Daniel Winter nu laat ons via het golf-koppelingsmechanisme zien hoe de energie van geest en hart uiteindelijk afgeleverd wordt als blauw licht in ons eigen DNA.

Wanneer het hart de emotie van liefde uitdrukt, creëert het dus een waterval aan Gulden snede elektromagnetische golven. In feite creëert het zwaartekracht op gelijke wijze als het atoom dat doet wanneer het op de Gulden snede gebaseerde, elektromagnetische golven in elkaar vlecht naar een nulpunt toe. Waarom hebben we liefde altijd geassocieerd met zwaartekracht? Waarom gebruiken we woorden als “ik voel me tot je aangetrokken, net zoals de maan tot de aarde”, wanneer we verliefd zijn op iemand? Waarom zijn onze emoties altijd geassocieerd met gewicht? Waarom zijn we zwaar verliefd? Toen Isaac Newton de appel van de boom zag vallen, ontdekte hij de zwaartekracht. Hij rende weg om het anderen te gaan vertellen en legde het principe van zwaartekracht uit door te zeggen dat de appel aangetrokken wordt door de aarde. De mensen lachten hem uit, het hele idee leek belachelijk, hoe kon een appel nu aangetrokken worden door de aarde? Zijn ze soms verliefd? Alleen mensen die verliefd zijn op elkaar worden tot elkaar aangetrokken. Het heeft Newton veel tijd gekost voordat mensen gewend raakten aan het idee dat zwaartekracht een aantrekkingskracht is. In die tijd had Newton beter andere woorden kunnen gebruiken om het principe van de zwaartekracht uit te leggen. Daniel Winter’s theorie van zwaartekracht letterlijk nemend, blijkt het woord “aantrekking” nu perfect te zijn, het lijkt nu driehonderd jaar na Newton toepasselijk om te zeggen dat de aarde en de maan verliefd zijn en dat het de zwaartekracht is die een man tot een vrouw aantrekt.
 
Daniel Winter heeft zijn Heart Tuner ook uitgeprobeerd op een getrainde yogi die in een diepe meditatieve toestand verkeerde. Vooraf had hij de yogi geïnstrueerd om zijn aandacht te richten op een boom en er liefdevolle gedachten naartoe te sturen. Hij plaatste een antenne bij de boom en sloot deze samen met de yogi aan op de Heart Tuner.

De antenne onder de boom pikte de elektromagnetische Shumann-golven van de aarde op. De Shumann-golven zijn genoemd naar de Duitse professor W.O Schumann die ze ontdekte in 1952. De Shumann-golven zijn het gevolg van de Shumann-resonantie, een frequentieresonantie van ongeveer 8 Hertz die voorkomt tussen de bovenste lagen van de atmosfeer en de aardkorst. Het wordt ook wel Gaia’s hartslag genoemd.

De Schumann-resonantie is op de één of ander manier aan menselijk bewustzijn gerelateerd omdat de hersengolven in hetzelfde frequentiedomein werken. Ruimtevaartuigen van de NASA zijn allemaal voorzien van een instrument dat de natuurlijke Shumann resonantiefrequentie simuleert. In de begindagen van de ruimtevaart ontdekte de NASA al vroeg dat astronauten gedesoriënteerd raken en gestresst werden wanneer ze afgesloten raakten van de Shumann-resonantie. Wij mensen zijn er afhankelijk van.

Daniel Winter demonstreerde dat de bomen in het bos als een reusachtige antenne werken die de Shumann-frequentie oppikken en versterken. Eenmaal aangesloten op de Heart Tuner viel het hem als eerste op dat de ECG en EGG van de yogi coherent waren, hetgeen ook te verwachten was uit eerdere experimenten. Hij ontdekte echter ook dat de hersengolven en hartslag van de yogi coherent geworden waren met de Shumann-resonantie van de aarde zelf!

Hij heeft met dit experiment aangetoond dat wanneer we liefde ervaren en voelen, we afstemmen en één worden met de natuur zelf. Daniel Winter gelooft nu dat al het biologische leven afhankelijk is van de Shumann-resonantie als een draaggolf, de lange Phi-golf, om hierop elektromagnetische Gulden golven te kunnen vormen. Mensen kunnen op deze wijze afstemmen op het biologische leven en op Moeder Aarde zelf. De hartslag van onze planeet is immers de Shumann-resonantie. Het zou wel eens de verklaring kunnen zijn waarom een wandeling in de bossen zo verfrissend kan zijn en waarom mensen graag tijd doorbrengen in de natuur. Zo wordt nu aangenomen dat het compleet afgesloten zijn van de Shumann-resonantie op grote hoogten in een vliegtuig waarbij de romp fungeert als een grote kooi van Faraday, wel eens zou kunnen bijdragen aan het effect van een jetlag.

Daniel Winter waarschuwt voor de gevaren van elektromagnetische smog in onze biosfeer, het interfereert destructief met het biologische leven zelf en kan uiteindelijk kanker veroorzaken. We hebben ons van de natuurlijke Shumann-resonantie en de energieën van het aardraster afgesloten door ons te verstoppen in betonnen gebouwen en door de groene wouden, de antennes die de Shumann-resonantie versterken, te vernietigen. Het elektriciteitsnetwerk in de Verenigde Staten voert stroom af naar de aarde en veroorzaakt de ergste vorm van elektromagnetische vervuiling die mogelijk is en volgens Dan Winter moet deze activiteit onmiddellijk gestaakt worden!
(13)

 

Torsiegolven

Rond 1900 was Nikola Tesla de eerste die experimenteerde met twee spiraal-vormige spoelen (in de vorm van een esculaap). Hij voedde deze twee spoelen met wisselstromen in tegenfase waardoor het nettoresultaat van deze spoelen een zelf annihilerend elektromagnetisch veld opleverde. Ondanks het feit dat de tegengestelde elektromagnetische velden elkaar dus uitdoofden, wist hij toch aan te tonen dat deze Tesla-spoelen in staat waren energie over lange afstanden te verzenden. Wat hij ontdekte was een totaal nieuwe vorm van energie. Opmerkelijk genoeg verloren Tesla’s golven geen energie die gelijk is aan het inverse kwadraat van de afgelegde afstand, zoals gebruikelijk is bij normale elektromagnetische golven, maar bleek er zelfs over zeer lange afstanden nauwelijks sprake te zijn van enig energieverlies.

Tesla’s werk aan deze revolutionaire nieuwe vorm van energie was bijna in vergetelheid geraakt. Terugkijkend lijkt het wel of zijn werk te revolutionair was om geaccepteerd te worden door de samenleving van de laatste eeuw, in het bijzonder haar toepassing m.b.t. vrije energie. Dit is dan ook de reden waarom zijn werk bijna verdwenen is, zonder een spoor na te laten. Gelukkig werd deze vorm van energie, los van de ontdekking ervan door Tesla, in de jaren vijftig ook door de Russische astrofysicus Dr. Nikolai A. Kozyrev (1908 – 1983) waargeno-men en gedocumenteerd. Tijdens de koude oorlog werden Kozyrev’s bevindingen geheim gehouden en ze drongen na de val van de muur maar zeer langzaam door tot het Westen. In de Sovjetunie zijn echter duizenden academici in deze materie gedoken na Kozyrev’s initiële ontdekking van deze nieuwe vorm van energie. Kozyrev heeft hiermee het bestaan van de ether voor eens en voor altijd aangetoond.

Deze nieuwe energievorm is noch elektromagnetisch van aard, noch gerelateerd aan zwaartekracht en staat dus geheel op zichzelf. Deze nieuwe energie is een spiraliserende non-hertziaanse elektromagnetische golf die door het vacuüm reist met supraluminale snelheden, een miljard (10⁹ C) maal sneller dan het licht. Als gevolg van de spiraliserende aard van de golf wordt de golf ook wel een torsiegolf genoemd. Volgens de onafhankelijke onderzoeker David Wilcock volgt de torsiegolf het pad van een perfecte Phi-spiraal! Torsiegolven worden non-hertziaans genoemd omdat ze niet voldoen aan de klassieke theorie van Hertz en Maxwell.

Einstein en Dr. Eli Cartan voorspelden het bestaan van statische torsievelden al in 1913 in een theorie die bekend werd als de Einstein-Cartan-theorie, afgekort de ECT-theorie. Torsievelden hebben echter nooit veel aandacht gekregen in de fysica totdat Kozyrev het werkelijke bestaan ervan ontdekte.

We hebben deze torsiegolven al besproken in hoofdstuk 4 over het nulpuntsveld, alwaar we vermeldden dat Tom Bearden ontdekt had dat de fundamentele golf in de elektromagnetische golf een scalaire golf is. Een scalaire golf is de golf die overblijft wanneer twee tegengestelde elektromagnetische velden interfereren en elkaars elektrische en magnetische veldcomponenten uitdoven, precies zoals dit bij de experimenten van Tesla het geval was. Het resultaat is een tot op heden onbekende component in de elektromagnetische golf, een longitudinale golf die vibreert in dezelfde richting waarin de golf zich voortplant. 

Maxwell’s klassieke elektromagnetische golftheorie die tot op de dag van vandaag nog steeds de toonaangevende theorie voor elektromagnetisme is, staat eenvoudigweg geen scalaire golven toe en legt alleen rekenschap af over transversale elektromagnetische golven. Deze transversale hertziaanse golven, genoemd naar Heinrich Hertz, worden gecreëerd wanneer ladingen tussen de twee uiteinden van een dipoolantenne oscilleren. Op afstand induceren zij op deze wijze een kracht op een lading in een ontvangstantenne wanneer deze loodrecht op de richting van de voortplanting van deze hertziaanse golf uitgelijnd wordt . Scalaire golven die geen transversale polariteit kennen, worden echter op een totaal andere manier opgewekt en kunnen daarom ook niet ontvangen worden met een normale dipoolantenne, de antenne die in al onze gewone elektronische ontvangers wordt toegepast. Dit is tevens de verklaring waarom deze nieuwe energievorm niet al veel eerder ontdekt is. De theorie van Tom Bearden over scalaire golven krijgt nu steun van Paul La Violette. Zijn theorie over subkwantumkinetica voorspelt niet alleen hertziaanse transversale golven, maar ook Tesla’s longitudinale scalaire golven. Volgens Paul La Violette zal een monopoolantenne zoals een geladen bol, longitudinale scalaire potentiaalgolven creëren wanneer deze periodiek geladen en ontladen wordt. Scalaire potentiaalgolven kunnen en zijn al gedetecteerd met een Bendini-detector.

Om te voorkomen dat in dit boek de begrippen scalaire golven en torsiegolven met elkaar verward zullen worden, vermelden we dat beide synoniem zijn voor hetzelfde soort golf.

Scalaire of torsiegolven lijken nu een belangrijke rol te spelen om onze fysieke realiteit te kunnen verklaren. Ondanks het feit dat torsiegolven erg zwak zijn, kunnen ze, omdat ze minutieuze krachten uitoefenen op materie, toch gemeten worden met behulp van gevoelige torsiebalansen. Kozyrev was de eerste die deze instrumenten ontwikkelde.
 
Torsiegolven zijn zowel statisch als dynamisch van aard. Statische torsiegolven kunnen de vorm aannemen van vortices zoals we die behandeld hebben bij de implosiefysica van Daniel Winter. Deze statische torsievelden kunnen gedurende zeer lange tijd aanwezig zijn op een gegeven locatie in het ruimtelijke vacuüm. Kozyrev ontdekte ook dat torsievelden zich als torsiegolven door de ruimte kunnen voortbewegen met enorme snelheden van wel een miljard maal de snelheid van het licht (10⁹ C).

Hij bemerkte dat alle fysieke objecten in staat zijn om zowel torsiegolven te absorberen als uit te zenden. Door fysieke voorwerpen te schudden, te vibreren, te vervormen, te verhitten of af te koelen, genereren ze meetbare torsiegolven. Zelfs de verplaatsing van een voorwerp op zich genereert al torsiegolven die gemeten kunnen worden. Elke beweging, of het nu gaat om de vibraties van het atoom of de omlooptijden van onze planeten, laat sporen achter in de ether in de vorm van torsiegolven.
 
Tijdens het laten rondtollen van gyroscopen ontdekte Kozyrev het zeer opmerkelijke fenomeen dat deze een kleine, maar meetbare hoeveelheid gewicht verloren. Ook voorwerpen die stevig door elkaar geschud werden, bleken gewicht te verliezen. Welnu, vanuit ons huidig inzicht in de fysica is dit natuurlijk volslagen onmogelijk! Het overtreedt werkelijk alle mogelijke natuurkundige wetten - hoe kan nu vaste materie gewicht verliezen wanneer het met een hoge snelheid wordt rondgedraaid of stevig wordt geschud? Wanneer we geloven dat materie gemaakt is uit kleine harde knikkers die we deeltjes noemen, ja dan zou dit een groot mysterie zijn! Kozyrev toonde echter aan dat de gyroscopen tijdens het schudden of hard ronddraaien gedeeltelijk de etherische energie waaruit ze bestaan, afgaven aan hun omgeving, de achtergrondzee van ether. Het tijdelijke verlies aan etherenergie was dus de oorzaak van het gewichtsverlies.

Dr. Harold Aspden van de universiteit van Cambridge ontdekte een soortgelijk fenomeen. Hij bond een stevige magneet aan een gyroscoop en liet deze vervolgens met hoge snelheid rondtollen. Hij mat vervolgens de energie die nodig was om de gyroscoop te versnellen tot maximale snelheid. Deze bedroeg 1000 Joules. Tot zijn verbazing bemerkte hij dat wanneer hij de gyroscoop tot stilstand bracht en deze vervolgens binnen 60 seconden weer op snelheid bracht er 10 maal minder energie nodig was om de gyroscoop op dezelfde snelheid te krijgen. Het tollen van de gyroscoop had kennelijk extra spinmomentum aan de ether toegevoegd dat door de gyroscoop in stand werd gehouden. Vergelijk het maar met het momentum dat opgeslagen wordt in een kopje thee nadat er met een lepeltje in geroerd is. We weten ondertussen dat roterende magneten sterke torsiegolf-generatoren zijn.

Een andere inbreuk op de wetten van Newton met betrekking tot torsiegolven is afkomstig van Bruce De Palma. Hij voerde experimenten uit waarbij hij twee identieke stalen ballen met dezelfde snelheid en onder dezelfde hoek de lucht in katapulteerde. Het enige verschil tussen de twee ballen was dat één ervan rondtolde met 27.000 omwentelingen per minuut en de andere niet. De spinnende bal bereikte een veel grotere hoogte dan de niet-spinnende bal. Bij de spinnende bal werden torsiegolven opgewekt die een lichte verandering teweeg hadden gebracht in de totale massa van de bal.

Kozyrev ontdekte dat sterren ook torsiegolfvormige energie uitstralen en hij postuleert dat deze torsiegolven gegenereerd worden door het ronddraaien van de sterren. Bij het observeren van een ster, waarbij hij gebruik maakte van een speciale telescoop waarmee toriegolven gemeten kunnen worden, bemerkte hij dat de ster deze torsiegolfenergie uitzond in een locatie aan de hemel die de ware locatie van de ster moest zijn. Daarbij gaf de locatie van het zichtbare licht van de ster de positie weer van velen jaren terug, omdat het licht er eenvoudigweg velen lichtjaren over had gedaan voordat het de aarde had bereikt. Uit deze waarnemingen concludeerde hij dan ook dat de torsiegolf wel met supraluminale snelheden moest reizen. Het viel hem op dat de torsiegolfstraling zelfs gemeten kon worden in de toekomstige locatie van de ster! Omdat torsiegolven met supraluminale snelheden reizen kunnen zij de tijdbarrière doorbreken en zich verplaatsen naar de toekomst.

Vanwege het feit dat ook de aarde torsiegolven uitzendt en omdat deze torsie-golfstraling bij de polen sterker is, waren Kozyrev’s experimenten afhankelijk van de geografische locatie waar ze werden uitgevoerd. Hij bemerkte tevens dat zijn effecten alleen gemeten konden worden gedurende de koudere periodes van het jaar. In de zomer interfereerden intense torsiegolven van de zon met de torsiegolven van zijn experimenten. Onze zon is immers de grootste torsiegolf- generator van het zonnestelsel.
 (14)

Torsiegolven stromen in en uit alle materie en in feite zijn atomen allemaal torsiegolfgeneratoren.

De in tegengestelde richting roterende spiraliserende elektromagnetische Phi- golven in de implosiefysica van Daniel Winter die naar de kern van het atoom toe spiralen, doven de elektromagnetische componenten van deze golven uit, met als resultaat een torsiegolf.

Phi-piraal scalaire golf
(Met dank aan Dan Winter, www.soulinvitation.com)

De Russische wetenschap gebruikt vele namen voor Daniel Winter’s elektromagnetische energievortices zoals spinvelden, torsievelden en axionvelden, het zijn echter allemaal vacuüm spinvelden. De donut- en draaikolk-structuren van spiraliserende Gulden snedegolven, zoals beschreven door Daniel Winter, zijn allemaal vormen van statische torsievelden. Het naar het nulpunt spiralen van de elektromagnetische draaikolk creëert de volgende effecten:

  • het verzamelt oneindige energie als gevolg van de implosie van de golven in steeds kleinere golflengten. Hoe korter de golflengte des te meer energie de spiraliserende golf bevat. Net zoals de energie van een tornado zich verzamelt en centreert in het oog van de tornado, zo verzamelt de elektromagnetische draaikolk energie in zijn stiltepunt. Merk op dat het extreem spinnende luchtmoleculen zijn in het oog van een tornado die haar een immens destructieve kracht geven;
  • een spinveld van elektromagnetische energie slaat ook inertie of traagheid op (de weerstand tegen beweging). Hoe meer spin, hoe meer inertie opgeslagen wordt. Hetzelfde inertie-effect wordt ook vertoond door rond-draaiende tollen en gyroscopen die zich verzetten tegen ieder verandering van hun momentum.

Wanneer we deze twee effecten nader bekijken, kunnen we begrijpen waarom materie en energie uitwisselbaar zijn (Einstein’s beroemde wet E=m* c^2) en wat het is dat materie zijn vastheid of starheid geeft.

Wanneer we de vortex spinvelden van elektromagnetische energie organiseren volgens de Platonische lichamen die we het atoom noemen, dan kunnen we gaan inzien dat:

  • materie een verdichte vorm van geaccumuleerde energie is en
  • materie intern inertie-eigenschappen heeft die haar massa geven.

In werkelijkheid is materie dus niet solide van structuur. Massa is de illusie van een vast ding, het is de maya van de materiële wereld zoals te lezen is in de Tao. Deze illusie wordt in stand gehouden door de opgeslagen inertie in de golven die de wetenschap op een verkeerd been gezet hebben m.b.t. het begrip inertie. We hebben altijd geloofd dat inertie een inherente eigenschap is van massa, maar in werkelijkheid is het tegenovergestelde het geval: de opgeslagen inertie in een lokaal gebied in de ruimte in de vorm van een spinnend elektromagnetisch veld, creëert een effect dat we waarnemen als massa!
 
Er is in de Westerse wetenschap maar weinig bekend over de torsiegolven die opgewekt worden door snel ronddraaiende materie. In april 2004 heeft de NASA een satelliet gelanceerd om de spinvelden van de planeten in ons zonnestelsel nader te onderzoeken. Omdat de meeste wetenschappers geloven dat een spinveld een eigenschap is van materie, zien ze niet in dat het in de eerste plaats de torsiegolven zelf zijn die de materie scheppen. Bruce De Palma’s experimenten met de spinnende gyroscoop bewezen dat ze echt gewicht verliezen. Dit verschijnsel is totaal onverklaarbaar vanuit het huidige wetenschappelijke paradigma. Maar wanneer bij het ronddraaien van een object eigenlijk de totale elektromagnetische spin verandert die erin opgeslagen ligt, dan kunnen we inzien dat het een zwak maar meetbaar effect heeft op de massa van dit object.

Op dit punt aangekomen zijn we nu ook in staat te begrijpen waarom Haisch & Rueda, die we besproken hebben in hoofdstuk 4 ‘Het nulpuntsveld’, in staat waren om Newton’s beroemde traagheidswet te bewijzen F= m * a. Ze bewezen dat traagheid of inertie het gevolg is van de versnelling van massa door het nulpuntsveld. Omdat de elektromagnetische vortices binnen in het atoom zowel nulpuntsenergie alsmede ook inertie opslaat, zal het ons niet verbazen een correlatie tussen die twee te vinden.

Statische torsiegolven in de vorm van vortices in de ether en de spiraliserende torsiegolf die zich met supraluminale snelheden voortplant, krijgen steeds meer aandacht in de Westerse wetenschap. Volgens sommigen vormen de torsiegolven de ontbrekende schakel in de zoektocht naar de finale ‘Theorie van Alles’, Einstein’s unificatietheorie. Het lijkt erop dat elektromagnetisme, zwaartekracht en torsiegolven allemaal  behoren tot dezelfde familie, het zijn stuk voor stuk verschillende vormen van ethervibraties.

Het meest verbazingwekkende feit dat erop zou kunnen wijzen dat een ‘theorie van alles’ binnen handbereik ligt, is wel dat Kozyrev ontdekte dat menselijke gedachten en gevoelens kennelijk ook torsiegolven genereren. Hij is in erin geslaagd torsiegolven te meten die veroorzaakt werden door plotselinge emotionele veranderingen. Dus Kozyrev bewees feitelijk dat

bewustzijn gerelateerd is aan ethervibraties.

Onze eigen gedachten en emoties creëren torsiegolven die met supraluminale snelheden naar alle uithoeken van het universum reizen.

Torsiegolven zouden wel eens een natuurkundige verklaring voor telepathie kunnen vormen, het vermogen om gedachten te lezen. Omdat torsiegolven in staat zijn materie te beïnvloeden, zou het ook wel eens de verklaring kunnen zijn voor psychokinese, het vermogen om mentaal fysieke objecten te veranderen. Bekend zijn de optredens van lepelbuiger Uri Geller, die zijn wonderlijke mentale vermogens om bestek te buigen altijd heeft getoond aan het grote publiek. Hoewel velen nog denken dat hij een oplichter is, werd hij wel degelijk onderworpen aan een wetenschappelijk onderzoek waarbij men zijn vermogens niet kon ontkrachten. Russische wetenschappers hebben gedurende de Koude Oorlog veel geëxperimenteerd met paranormaal begaafden omdat men oprecht geloofde in hun vermogens.

We herinneren ons misschien nog de onderzoekprogramma’s van Dr. Willian Tiller uit hoofdstuk 3 ‘Wetenschap en bewustzijn’ naar het effect van de menselijke intentie. Hij vroeg proefpersonen om hun intentie in te prenten in zijn IIED-apparaat en de uitkomst van een experiment te manipuleren, bijvoorbeeld het verlagen van de zuurgraad van water. Het instrument werd daartoe voor langere tijd in een andere ruimte geplaatst en het effect van de verlaging van de zuurgraad van water kon duidelijk gemeten worden.

Na een poosje kon het apparaat uit de kamer verwijderd worden en het effect bleef voortduren. De kamer bleek op de één of ander manier geconditioneerd. Deze conditionering van de kamer kan verklaard worden door de aanwezigheid van statische torsievelden die ingeprent werden in het fysieke vacuüm van de kamer door menselijke intentie! Deze torsievelden zijn in staat om subtiele veranderingen in materie teweeg te brengen.

In 1984 toonde Dankachov aan dat statische torsievelden ook in water kunnen worden gememoriseerd. Water blijkt een goed medium te zijn voor de opslag van statische torsievelden. Wijlen de Franse bioloog Jacques Benveniste heeft aangetoond dat water de samenstelling van chemische bestanddelen die erin opgelost werden, kon onthouden. Op de één of ander manier kan een torsieveld in water worden opgewekt dat een afdruk is van de in het water opgeloste chemicaliën. Nadat het water vele malen verdund wordt, zodat er onmogelijk nog moleculen van de originele chemische samenstelling gevonden kunnen worden, zijn de eigenschappen van de originele bestandsdelen nog steeds in de verdunning aanwezig. Ondanks het feit dat er in het water geen moleculaire sporen meer gevonden kunnen worden, is de inprenting van het torsieveld van de chemische bestanddelen nog steeds in het water aanwezig.

Benveniste demonstreerde ook dat hij in staat was om de eigenschappen van water van de ene fles naar de andere te kopiëren door eenvoudig een tweede fles naast de eerste te plaatsen. Het torsieveld van de eerste fles water werd op deze wijze geïnduceerd in de tweede!

Professor Dr. David Schweitzer is in staat om dit geheugeneffect van water te fotograferen. Hij heeft een betrekkelijk eenvoudige methode om het geheugen-effect van water en de indruk die het achterlaat in het water, te meten. Hij neemt een druppel water en laat deze opdrogen op een gekanteld schaaltje. Vervolgens bestudeert hij de opgedroogde waterdruppel onder een microscoop waarbij interessante lichtstructuren zichtbaar worden.

Het geheugeneffect van water zou wel eens de natuurkundige verklaring voor de homeopathie kunnen zijn. Veel mensen staan begrijpelijkerwijs erg sceptisch tegenover homeopathie - hoe kan helder water dat zo vaak verdund is dat alle chemische bestanddelen eruit zijn, nog steeds een medisch effect hebben? Puur water kan geen genezend effect hebben, of wel misschien? De onzichtbare torsievelden die aanwezig zijn in het water zouden wel eens een redelijke verklaring kunnen vormen voor dit fenomeen.
(15)

De inprenting van de menselijk intentie in de ijskristallen van Dr. Masaru Emoto is een ander voorbeeld van een fenomeen dat verklaard kan worden door torsiegolven die door menselijke gedachten en emoties uitgezonden worden. De torsiegolven die door de menselijke intentie worden voortgebracht, zijn eenvoudigweg gememoriseerd in het water. Op een onzichtbaar niveau is hierdoor de interne structuur van het water veranderd. Na het bevriezen van het water worden deze veranderingen voor het eerst manifest in verschillende vormen van de ijskristallen die zichtbaar zijn met het blote oog.

Bij ‘Sound Energy Research’ creëren ze torsieveld-inprentingen in water waarbij gebruik gemaakt wordt van scalaire of torsiegolftechnologie. Ze behandelen gedestilleerd water met scalaire golven en een speciale spoel die door Dr. Glen Rein ontwikkeld werd. Het resultaat is gestructureerd water dat ‘scalar wave structured water™’ genoemd wordt. Er werden monsters van dit water opgestuurd naar Dr. Masaru Emoto die de watermonsters bevroor en de ijskristallen bestudeerde. Ze vormden perfecte hexagonaal gestructureerde ijskristallen. Dit is wederom een voorbeeld dat indirect bewijst dat bewustzijn en torsiegolven gerelateerd zijn – ze vertonen beide dezelfde resultaten tijdens de experimenten met de ijskristallen van Dr. Masaru Emoto.

Sound Energy Research verkoopt hun geprogrammeerd ‘slimme’ water in flessen in drie verschillende smaakjes. Door verschillende intenties te gebruiken hebben ze verschillende programmering toegevoegd aan het water. Van het water wordt gezegd dat het rustgevende en helende eigenschappen heeft.
(16)

 

Akasha veld

Torsiegolven zijn zeer opmerkelijke golven omdat ze nooit afzwakken. Ze propageren tot de verste uithoeken van het universum zonder hun kracht te verliezen en hebben in dit opzicht het eeuwige leven. Wanneer torsiegolven door het fysieke vacuüm reizen ondergaan ze geen enkele wrijving waardoor ze hun energie behouden. Wanneer torsiegolven het universum doorkruisen interfereren ze met andere torsiegolven. Over langere tijd weven ze zo een tapijt van de universele geschiedenis van de beweging van het kleinste subatomaire deeltje tot de omwenteling van de planeten en de uitdijing van melkwegstelsels. Onthoudt dat torsiegolven voortkomen uit vele verschijnselen zoals de vibratie of verplaatsing van materie, elektromagnetische energie en onze bewuste gedachten, om een paar bronnen te noemen.

Torsievelden zijn om die reden informatievelden, omdat ze alles wat in dit universum sporen in de vorm van torsiegolven heeft nagelaten, vastleggen. Het komt erop neer dat iedere kleine gedachte die ooit gedacht is en elke kleine beweging die ooit gemaakt is wordt opgeslagen. Het interferentiepatroon van de torsiegolven vormt een enorm hologram dat in het hele universum doordringt.

De golven van de zee vormen een interferentiepatroon dat in theorie de mogelijkheid biedt alle bewegingen van alle schepen die ooit haar oppervlak beroerden, te decoderen. Op een soortgelijke manier maken torsiegolven het theoretisch mogelijk de geschiedenis van ons universum te decoderen. Het enige verschil tussen zeegolven en torsiegolven is dat de eerstgenoemde geleidelijk hun energie verliezen wanneer ze aanspoelen op het strand. De superpositie van torsiegolven en hun geheugencapaciteit is echter onbegrensd en eeuwig.

Torsiegolven staan informatie-overdracht toe door het gehele universum, daarmee ieder atoom met elk ander atoom verbindend. En omdat ze sneller reizen dan het licht zouden ze ook wel eens de verklaring kunnen zijn voor het non-lokale effect dat in theorie werd voorspeld en later empirisch werd vastgesteld door de kwantumfysica. De informatievelden die gecreëerd worden door de torsiegolven verschaffen een coherent universum waarbij ieder atoom verbonden is met alle andere materie en elkaar informeert over activiteit en verblijfplaats. In feite ontdekken wetenschappers een hoge mate van coherentie in ons fysieke universum dat niet eenvoudig verklaard kan worden indien ons universum uit een veelvoud aan enkelvoudige individuele atomen, moleculen, planeten en sterren zou bestaan die alleen met elkaar contact hebben middels afzonderlijke krachten zoals de zwaartekracht. Kwantumverstrengelde deeltjes behouden voor eeuwig hun coherente relatie en worden niet gehinderd door de afstand die hen scheidt of het nu enkele millimeters bedraagt of de afstand ter grootte van een melkwegstelsel. Deze coherente relaties kunnen alleen verklaard worden als een onzichtbaar veld, dat de ruimte doordringt, hen onderling verbindt.

Het informatieveld zoals hierboven omschreven wordt door emeritus professor Ervin Laszlo het A-veld genoemd. Laszlo heeft in de afgelopen vier decennia een ‘integraaltheorie van alles’ ontwikkeld. In plaats van zich te specialiseren in één bepaalde richting heeft Laszlo vele takken van de wetenschap tegelijk bestudeerd waardoor hij uiteindelijk een integrale systeemtheorie kon ontwikkelen. Volgens Laszlo is het A-veld fundamenteler dan energie en materie in het universum. Het is dit oorspronkelijke informatieveld dat de basis vormt van ons universum en alles met alles verbindt en onze perceptie van gescheiden dingen in het universum onzinnig maakt. In zijn systeemtheorie zijn er helemaal geen gescheiden dingen; de ‘gescheiden dingen’ die we waarnemen in ons universum zijn vervlochten in een naadloos net van connecties.

Het A-veld van torsiegolven mag dan nieuw zijn in de wetenschap, haar bestaan is in het Oosten al duidenden jaren bekend. Het enige nieuwe eraan is dat het herontdekt is door de Westerse wetenschap. De Oosterse spirituele traditie heeft dit veld het Akashaveld genoemd. Akasha is Sanskriet voor stralend of schijnend. Het is een synoniem voor ether. Volgens de Oosterse tradities is Akasha de baarmoeder van de schepping die ieder fysiek aspect voortbrengt dat we middels onze zintuigen gewaar kunnen worden. In de oude Oosterse spiritualiteit wordt de geschiedenis die geschreven staat in het Akasha-veld ook wel aangeduid met de “Akasha-kronieken”, het boek des levens, waarin alle gebeurtenissen worden opgeslagen die ooit in dit universum zijn of zullen voorvallen. De Akasha-kronieken, ookwel aangeduid als de Akasha-verslagen, bevatten het verhaal van iedere ziel die ooit geleefd heeft op deze planeet.

De Akasha-kronieken zijn holografische torsievelden van individuen die inpassen in de grotere hologrammen van groepen mensen zoals dorpen, landstreken of hele naties. De hologrammen van deze verzamelingen vermengen zich uiteindelijk met het hologram van de gehele mensheid op aarde en lijkt op wat Carl Jung de collectieve geest van de mens noemt. Het A-veld of Akasha-veld zou paranormale begaafdheid kunnen verklaren waarvan zo veel mensen getuigd hebben, zoals de mogelijkheid om in het verleden te kijken en om weet te hebben van gebeurtenissen die plaats hebben gevonden in deze wereld zonder dat sprake is van een persoonlijk cognitieve bewuste gewaarwording. De Akasha-kronieken vormen zo het pakhuis van informatie, dat geraadpleegd werd door alle grote zieners door de eeuwen heen met inbegrip van Edgar Cayce.

De auteur van dit boek kan persoonlijk getuigen dat paranormaal begaafde mensen in staat zijn om de Akasha-verslagen te lezen. In het verleden heb ik voor een langere periode een paranormaal begaafd magnetiseur bezocht. Geboren als ware scepticus, verdween geleidelijkaan mijn aangeboren ongeloof in het paranormale toen ik geconfronteerd werd met veel ongewone genezingen die ik niet kon verklaren. Ik heb ook veel ervaringen uitgewisseld met andere cliënten van deze magnetiseur gedurende de lange wachttijden die aan de sessies voorafgingen. Tijdens een van mijn bezoekjes overhandigde ik hem een foto van iemand die me zeer na is zonder enige details prijs te geven over die persoon, géén woord. Ik vroeg hem eenvoudigweg of hij deze persoon kon helpen. Hij hield zijn hand boven de foto en tastte deze af terwijl hij mij in detail begon te vertellen wat deze persoon was overkomen en zeer expliciet de situatie schetste waarin deze persoon zich op dat moment bevond. Deze informatie sloeg bij mij in als een bom omdat ik wist dat hij gelijk had. Ik was totaal overdonderd door deze ervaring omdat het onmogelijk was dat hij deze details kon weten die mij even daarvoor waren verteld! Vanaf dat moment wist ik met absolute zekerheid dat er iets fundamenteels ontbrak in mijn begrip van wat ik dacht dat mijn materialistische realiteit was.

Voor mij was deze persoonlijke ervaring dan ook het keerpunt in mijn sceptische houding t.a.v. het paranormale. Na deze eerste ervaring heb ik daarna nog vele mensen ontmoet en gesproken die over paranormale gaven beschikken. Ik kan daarom met een gerust hart zeggen vanuit mijn persoonlijke ervaring, dat paranormale gaven om de Akasha-verslagen te lezen echt bestaan en dat inderdaad alles wat ooit gebeurd is in deze wereld vast moet liggen in de vacuüm structuur van ruimte en tijd. Menselijk bewustzijn blijkt in staat te zijn om dit boek des levens te lezen.

Vandaag de dag bestaat er volgens mij geen vrouw die overtuigender dan wie dan ook haar paranormale begaafdheid kan demonstreren dan het beroemde Amerikaanse medium Char Margolis. Ze vertoont haar readings (paranormale lezingen van de Akasha-verslagen) in televisieprogramma’s waarin ze erin slaagt de meest verbluffende details te geven met betrekking tot overleden geliefden. Ze begint haar readings altijd met het volledig spellen van de namen van de geesten waarmee ze in contact staat. Ze is in staat om geesten te zien, gedachten te lezen en gebeurtenissen te voorzien door deze uit de Akasha-verslagen te lezen. Haar missie hier op aarde is om mensen te laten zien dat de dood niet het einde is, maar een nieuw begin en haar boodschap is dat we allen net als zij deze aangeboren intuïtieve gaven bezitten.

Ik denk dat ieder van ons op zijn minst wel eens een ervaring gehad heeft in zijn leven waar hij of zij plotseling toegang kreeg tot informatie die niet direct via de zintuigen binnenkwam. Wat we intuïtie noemen, een plotsklaps inzicht of gevoel welk ons informeert over een situatie, zou wel eens een moment van onbewust tappen van het Ahasha-veld kunnen zijn waarbij we toegang hebben tot informatie die we logischerwijs niet kunnen verklaren. Soms weten we eenvoudigweg dingen!

Tweelingen die emotioneel erg aan elkaar gehecht zijn, onderhouden vaak wederzijds telepathisch contact en weten onbewust van elkaar’s situatie - in het bijzonder wanneer één van de twee in nood verkeert. Tweelingen vertonen vaak een verschijnsel dat ‘tweelingenpijn’ wordt genoemd - ze zijn in staat de pijn van de ander te voelen.

Bezitters van honden weten dat hun honden vaak op mysterieuze wijze in staat zijn om aan te voelen wanneer hun baasje thuiskomt na een lange dag op kantoor. Dieren in de natuur kunnen een aanstaande aardbeving voorvoelen. Uren voorafgaande aan de eigenlijke aardbeving beginnen dieren erg nerveus te worden alsof ze aanvoelen dat er iets vreselijks staat te gebeuren. Aardbevingen worden vergezeld door een enorme vrijgave van torsiegolven als gevolg van de wrijvingen die voorkomen in de aardkorst vlak voor de aardbeving zelf. Deze geïntensiveerde torsiegolven worden hoogst waarschijnlijk waargenomen door het dierlijke bewustzijn en dit kan verklaren waarom ze zo nerveus worden voorafgaand aan de aardbeving. De mens heeft deze paranormale gave, die nog steeds gemeengoed is bij de dieren, op de één of ander manier verloren. Gedurende de tragische gebeurtenissen van de tsunami die plaatsvond op 26 December 2004, waren reddingswerkers in de nadagen van de aardbeving hoogst verbaasd over de bijna totale afwezigheid van dierlijke slachtoffers, dit terwijl er toch zo veel menselijke slachtoffers te betreuren vielen. De verklaring hiervoor kan zijn dat de dieren hun zesde zintuig gebruikten en de ramp voelden aankomen waardoor ze naar veiliger oorden hoog in de bergen vluchtten.

Het lijkt erop dat ons huidig inzicht in paranormale gaven en in paranormale verschijnselen in het algemeen eindelijk aan een inhaalslag begonnen is. Verklaringen voor paranormale vermogens hebben hun weg gevonden in het wetenschappelijke domein en voor de eerste keer in de geschiedenis is de wetenschap in staat rationele verklaringen te geven voor deze gaven die zo lang in het Westen totaal genegeerd, bespot en direct van de hand gewezen zijn.

(17)

 

Recapitulatie


Voor het eerst in de menselijke geschiedenis zou het kunnen dat we een verenigde Theorie voor Alles binnen handbereik hebben, die niet alleen ons fysieke universum verklaart, maar haar ook verbindt met bewustzijn en daarmee driehonderd jaar na Descartes voor eens en voor altijd het gat sluit tussen wetenschap en spiritualiteit.

De leeg gewaande ruimte van het universum is in het geheel niet leeg. Het bevat een spirituele energie die de moderne wetenschap herontdekt heeft als de ether. Deze energie is echter al duizenden jaren in veel oude spirituele tradities bekend onder even zoveel namen zoals Chi, Ki, Prana, of de Akasha-energie van het universum.

Deze energie schept niet alleen ieder moment opnieuw de fysieke wereld, maar is ook gerelateerd aan bewustzijn. De hedendaagse wetenschap toont aan dat de sterke overtuiging dat er onderscheid bestaat tussen de materiële en de spirituele wereld onjuist is. Er bestaat geen dualiteit, het universum is geconstrueerd uit slechts één enkele substantie en zowel de fysieke als de mentale wereld komt voort uit deze ene substantie genaamd “ether”.

Amit Goswami, Daniel Winter en David Wilcock vormen enkele van de wetenschappers die de brug tussen wetenschap en spiritualiteit zijn overgegaan en die nu geloven dat de oorspronkelijke bewuste energie van het universum de eerste oorzaak van de schepping is.

De ether-energie kan zich rangschikken in basale geometrische golfpatronen die genoemd zijn naar Plato - de Platonische lichamen - om zo materie te vormen.
Bijna 2.500 jaar geleden schreef Plato dat de fysieke wereld opgebouwd is uit deze Platonische geometrische lichamen. Deze lichamen rangschikken zichzelf in wat de chaostheorie fractalpatronen noemt. Ze vormen een geweven matrix in de ruimte waarbij alle atomen en sterren onderling verbonden zijn. De schaalgrootte van de Platonische lichamen kan dan misschien verschillend lijken, de onderlinge verhoudingen blijven steeds dezelfde (volgens het hermetische principe ‘zo boven zo beneden’)

De suggestie van de kwantumwetenschappers dat waarschijnlijkheidsgolven echte golven zijn, is aantoonbaar waar gebleken. Dit betekent ook het einde van de raadselachtige golf-deeltjedualiteit van de kwantumwetenschap. Er zijn geen deeltjes in het universum, enkel golven. Wat we zien als een deeltje is in werkelijkheid het brandpunt van een golfverschijnsel.

Het idee dat God het licht en liefde van de wereld is, zoals vermeld in veel wereldreligies, kan letterlijk genomen worden na bestudering van het werk van Daniel Winter. Materie wordt gecreëerd uit puur licht (elektromagnetisme en torsiegolf-energie). We hebben aangetoond dat er een duidelijke relatie bestaat tussen liefde en de Gulden snede (Phi), deze relatie is nodig gebleken teneinde materie in stand te houden. Omdat het brandpunt van deze golven zelfreferentieel is, schept het zelfbewustzijn. Ieder atoom in het universum is bij gevolg zelfbewust en het universum als geheel is derhalve één bewust wezen: het universele bewustzijn, God is alles wat er bestaat, het is alom aanwezig, en almachtig. Hij is zich bewust van alle dingen die gaande zijn in het universum omdat hij het universele bewustzijn zelf is.

Materie in het universum wordt door Gulden snedegolven naar het nulpunt toe getrokken, de alfa en omega van de schepping. Het is de liefde in deze golven die zwaartekracht creëert. Wijlen de legendarische R. Buckminster Fuller, hoofdper-soon in het Beatles-lied ‘The Fool on the Hill’, ontdekte de importantie van de Heilige geometrie en hij verwoordde dat zo: ‘Liefde is de metafysische zwaarte-kracht’.

Als er geen liefde aanwezig zou zijn in de golven die de materie scheppen, zouden ze destructief interfereren, waardoor het universum in elkaar zou klappen tot een grote leegte. God is de Gkracht in etherdynamica, de fractal-attractor in de chaostheorie, die alle golven naar het centrum trekt, waar alles Eén wordt.

Russische wetenschappers ontdekten Tesla’s nieuwe vorm van niet-elektromagnetische energie die spiraalsgewijs reist en welke wordt aangeduid als torsiegolven. Wetenschappers nemen nu aan dat torsiegolven beter beschouwd kunnen worden als informatiedragers dan als energiegolven. Het is bewezen dat torsiegolven gerelateerd zijn aan menselijk bewustzijn en dat ze ontstaan uit gedachten en emoties. Torsiegolven vormen de interface tussen de mentale en de fysieke wereld, hoewel we echter moeten bedenken dat er in werkelijkheid geen dualiteit tussen beide werelden bestaat.

Torsieveldfysica is de veelbelovende fysica van psychokinese en telepathie die ons laat zien dat het universum een hologram vormt dat lijkt op het eeuwenoude informatieveld van de ether, beter bekend als het Akasha-veld. De Akasha-kronieken vormen het boek des levens dat al hetgeen in dit universum reeds gebeurde en nog te gebeuren staat, vastlegt.


 

Vorige         Volgende


Reclame door Souls of Distortion

Souls of Distortion 2006

Home: www.soulsofdistortion.nl